Afschaffing inkomensregelingen chronisch zieken en gehandicapten

22 oktober 2013,  

Afschaffing inkomensregelingen chronisch zieken en gehandicapten

Printversie

Het Rijk beoogt een tweetal financiële regelingen voor chronisch zieken en gehandicapten per 1 januari 2014 af te schaffen: de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten en de Compensatie Eigen Risico.

Gemeenten ontvangen een deel van het huidige budget om het wegvallen van deze regelingen te compenseren, te weten € 45 miljoen in 2014 oplopend tot € 268 miljoen in 2017. Deze middelen kunnen aangewend worden om aan de doelgroep (momenteel maken circa 2,8 miljoen mensen gebruik van deze regelingen) voorzieningen dan wel inkomenssteun te bieden. De collectieve zorgverzekering voor minima kan hierbij ingezet worden als instrument om gemaakte (meer)kosten aan zorg en ondersteuning te compenseren

1. Huidige regelingen Wtcg en CER zijn ongericht
Het Rijk is voornemens[1] een tweetal financiële regelingen voor chronisch zieken en gehandicapten per 1 januari 2014 af te schaffen: de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) en de Compensatie Eigen Risico (CER) [2].

1.1 Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten
De Wtcg beoogt chronisch zieken en gehandicapten te compenseren voor de (veronderstelde) meerkosten die zij maken ten opzichte van niet-chronisch zieken. Bijvoorbeeld hogere kosten voor hulpmiddelen en extra uitgaven voor medicijnen. De Wtcg vervangt sinds 2009 de aftrek voor buitengewone uitgaven in de inkomstenbelasting en bestaat uit de volgende elementen:

a) Forfaitaire tegemoetkoming
Tegen het einde van jaar X+1 krijgen mensen over jaar X via het CAK automatisch een bedrag overgemaakt op basis van leeftijd (ouder of jonger dan 65) en zorggebruik (bijvoorbeeld een AWBZ-indicatie of een bepaald geneesmiddelengebruik). De hoogte van de tegemoetkoming over 2012 (uitbetaling eind 2013) varieert van € 148 tot € 494. Alleenstaanden met een inkomen boven € 24.570 of paren met een inkomen boven € 35.100 hebben geen recht op de tegemoetkoming.

b) Korting op de eigen bijdragen voor de AWBZ en de Wmo
De korting op de eigen bijdrage voor het verblijf in een intramurale instelling bedraagt 16% voor 65-minners en 8% voor 65-plussers. De korting op de eigen bijdrage voor extramurale AWBZ / Wmo zorg bedraagt 33%. Het CAK brengt de korting sinds 2010 direct in mindering op de eigen bijdrage. Voor minima komen deze eigen bijdragen na aftrek van de Wtcg korting neer op maximaal € 17,82 per 4 weken voor een meerpersoonshuishouden en op maximaal € 12,46 per 4 weken voor een eenpersoonshuishouden (bedragen 2013).

c) Inkomenscompensatie voor arbeidsongeschikten
Personen die 35% of meer arbeidsongeschikt zijn ontvangen op grond van de Wtcg via het UWV jaarlijks automatisch een vast bedrag. In september 2013 bedroeg deze compensatie € 342.

d) Huurtoeslag ouderen
Doordat de afschaffing van de buitengewone uitgavenaftrek (per 2009) invloed had op een aantal van het verzamelinkomen afhankelijke regelingen zoals de huurtoeslag is de Wet op de huurtoeslag aangepast om ouderen te compenseren voor het verlies aan huurtoeslag dat optreedt door de afschaffing van de buitengewone uitgavenaftrek.

1.2 Compensatieregeling Eigen Risico (CER)
De CER beoogt chronisch zieken en gehandicapten te compenseren voor de (veronderstelde) meerkosten die zij maken ten opzichte van niet-chronisch zieken voor wat betreft het verplicht eigen risico op grond van de Zorgverzekeringswet. In 2013 bedraagt dit eigen risico € 350. De CER gaat uit van de veronderstelling dat chronisch zieken en gehandicapten dit bedrag volledig aanspreken. Ter compensatie krijgen zij het meerdere ten opzichte van de gemiddelde consumptie van het verplicht eigen risico automatisch uitgekeerd door het CAK. In 2013 gaat het om een bedrag van € 99. Men komt in aanmerking wanneer wordt voldaan aan één van de volgende criteria: bepaald geneesmiddelengebruik, behandeling voor bepaalde aandoeningen of verblijf in een AWBZ-instelling.

Het ministerie van VWS constateert in een brief aan de Kamer[3] dat de huidige regelingen budgettair onbeheersbaar, (te) onderhoudsintensief en bovenal te ongericht zijn. Een groot deel van de mensen die een tegemoetkoming ontvangt, behoort niet tot de beoogde doelgroep van de regelingen. Andersom geldt dat een deel van de beoogde doelgroep juist géén tegemoetkoming ontvangt.

2. Afschaffing van regelingen wordt gefaseerd merkbaar
De afschaffing van CER en Wtcg is beoogd vanaf 1 januari aanstaande, zoals hierboven beschreven. Burgers krijgen echter op verschillende momenten met de afschaffing van de regelingen te maken. Onderstaand een overzicht van de effecten.

De afschaffing van de CER heeft al in 2014 effect. Eind 2013 wordt deze voor het laatst uitbetaald (€ 99), per 2014 is deze niet meer van toepassing.

Wtcg:

  • De afschaffing van de korting op de eigen bijdrage op AWBZ/intramuraal wordt in 2014 geëffectueerd. De effecten hiervan worden evenwel verzacht: recent heeft de staatssecretaris hiervoor € 248 miljoen beschikbaar gesteld (hierdoor krijgen mensen met een Wajong-uitkering € 1.700 per jaar bovenop de ‘zak- en kleedgeldnorm’ en AOW-gerechtigden jaarlijks € 950 euro bovenop die norm).
  • Het afschaffen van de algemene tegemoetkoming binnen de Wtcg betekent dat de huidige ontvangers deze uitkering eind 2014 (voor het jaar 2013) voor het laatst ontvangen.
  • De korting op de eigen bijdrage AWBZ extramuraal/Wmo wordt per 1 januari 2015 afgeschaft.
  • De verhoging van de huurtoeslag voor ouderen die destijds onderdeel was van de Wtcg lijkt van kracht te blijven (lees: in de nu openbare stukken wordt geen melding gemaakt van wijziging in dit beleid).
  • Tenslotte kent de Wtcg een tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten. De grondslag voor deze tegemoetkoming verschuift met ingang van 2014 naar de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong). Deze tegemoetkoming blijft dus bestaan, maar daalt wel van € 342 netto per jaar naar € 247. Om hiervoor in aanmerking te komen moet sprake zijn van een arbeidsongeschiktheid van 35% of meer.

3. Afschaffing raakt veel inwoners en gaat gepaard met grote budgetverschuivingen
Het RIVM stelt op basis van onderzoek[4] dat minimaal 4,5 miljoen Nederlanders chronisch ziek of beperkt zijn, waarvan 1,3 miljoen met meer dan één chronische ziekte. Cijfers van Vektis[5] gaan uit van 3,25 miljoen personen met een chronische ziekte of beperking (20% van de bevolking) waarvan 1,7 miljoen met een gemiddeld tot hoge intensiteit zorggebruik. Benutting van de huidige regelingen geeft de volgende cijfers: in totaal maken circa 2,8 miljoen mensen gebruik van minstens een van de huidige regelingen. Kortom, er is geen eensluidend beeld over het aantal mensen dat chronisch ziek is, laat staan over het aantal inwoners dat zich straks tot de gemeente gaat wenden nu regelingen landelijk afgeschaft worden. Dat 10% van de inwoners aanspraak wil maken op voorzieningen van de gemeente lijkt een voorzichtige maar realistische schatting.

Gemeenten ontvangen een aanzienlijk budget om te voorzien in de behoeften van haar inwoners. Nota bene: hierbij is wel sprake van een forse vermindering ten opzichte van de huidige landelijke budgetten. De middelen voor gemeenten bouwen, in lijn met de gefaseerde impact van de afschaffing, over de jaren op en wel als volgt:

- In 2014: € 45 mln
- In 2015: € 216 mln
- In 2016: € 266 mln
- In 2017: € 268 mln

In 2014 vindt een eenmalige verhoging plaats middels de integratie-uitkering huishoudelijke hulp. Vanaf 2015 wordt het budget toegevoegd aan het gemeentefonds

4. De collectieve zorgverzekering als instrument om meerkosten te compenseren?
De memorie van toelichting bij de concepttekst Wmo 2015 geeft aan dat er geen specifieke maatwerkvoorziening komt en de middelen niet zijn geoormerkt. Gemeenten hebben daarmee grote beleidsruimte en kunnen maatwerk bieden door het compenseren van meerkosten via voorzieningen op grond van dit wetsvoorstel of het geven van directe inkomenssteun via de individuele bijzondere bijstand. In beide gevallen kan de gemeente de keuze maken om de meerkosten die chronisch zieken hebben te compenseren via een bestaand instrument: de gemeentelijke collectieve zorgverzekering (voor minima) waarin gemeente zonder extra uitvoeringskosten meerkosten kan compenseren middels een bijdrage in premie. Feitelijk niet anders dan gemeenten nu doen voor het ontsluiten van de bijzondere bijstand voor medische kosten, een regeling met dezelfde doelstelling als nu voor ligt: het compenseren van meerkosten bij een specifieke doelgroep. Daarnaast maakt het concentreren van chronisch zieken in een collectiviteit het mogelijk effectief te werken aan het voorkómen van (verdere) chronische beperkingen (preventie), gericht te werken aan reactivering en participatie, gericht/selectief zorg in te kopen rekening houdend met specifieke behoeften van chronisch zieken en ketenoptimalisatie.

Het compenseren van meerkosten voor chronisch zieken middels de bestaande collectieve zorgverzekering vereist wel dat deze afdoende aansluit bij de dekkingsbehoeften van chronisch zieken en gehandicapten. Om hier inzicht in te krijgen heeft BS&F bestaande onderzoeken[6] naar de belangrijkste meerkosten van chronisch zieken en gehandicapten gelegd naast de huidige dekkingen in de collectiviteit. Uit een eerste analyse blijkt dat de huidige gemeentelijke collectiviteiten voor een zeer aanzienlijk deel voorzien in behoefte aan compensatie voor (medische) meerkosten van chronisch zieken en gehandicapten[7].

Uiteraard zal maatwerk naast een collectieve voorziening noodzakelijk blijven. Niet alle meerkosten betreffen immers medische zorgkosten (maar ook bijvoorbeeld stookkosten en bewassingskosten). Bovendien kan in individuele gevallen een specifieke maatwerkoplossing of ruimere dekking wenselijk zijn. Ook hier geldt overigens de parallel met het huidige gemeentelijke beleid bij bijzondere bijstand medische kosten: het opnemen van dekking in de collectiviteit indien van bewezen meerwaarde.

5. Gemeentelijk beleid bepaalt de doelgroep voor de collectieve zorgverzekering
Wanneer een gemeente overweegt om chronisch zieken en gehandicapten te compenseren voor het wegvallen van CER en Wtcg via de gemeentelijke collectiviteit, dan heeft zij hierbij de keuze wat de ‘reikwijdte’ van de toegang is:

5.1 Chronisch zieken en gehandicapten ongeacht inkomen
Verkiest een gemeente om toegang te geven aan alle inwoners die zich identificeren als ‘chronisch ziek of gehandicapt’ dan is een algemeen toegankelijke voorziening vereist. Inwoners besluiten op basis van verwachte meerkosten deel te nemen: zelfinclusie. De gemeente kan indirect inkomenspolitiek voeren middels het verlenen van een bijdrage tot een bepaalde inkomensgrens. Binnen het huidige regime van de Wet werk en bijstand (Wwb) impliceert dit een gemeentelijke bijdrage aan mensen met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum. Maar het lijkt ook mogelijk, vanuit de werking van de Wmo2015, inkomenspolitiek te voeren boven deze grens middels een gedifferentieerd beleid van eigen bijdragen.

5.2 Huidige doelgroep van de collectiviteit (naar inkomen)
In dit geval verandert de doelgroep van de huidige regeling feitelijk niet: toegang tot de voorziening (inclusief gemeentelijke bijdrage) geldt tot het maximum wat gehanteerd wordt in de Wwb (momenteel 110 % van het sociaal minimum[8]). Gemeenten kunnen hierbij tevens het draagkrachtbeginsel hanteren, waarbij niet alleen naar inkomen wordt gekeken maar ook naar persoonlijke omstandigheden (stapeling aan meerkosten), waardoor een inwoner qua besteding onder de bijstandsnorm dreigt te zakken. De introductie van dit beginsel wordt indirect gesteund door het recente CBS-onderzoek naar stapelingseffecten[9], dat aangeeft dat mensen met een chronische ziekte of handicap met een inkomen beneden modaal door stapeling van meerkosten in financiële problemen dreigen te komen.

 


Voetnoten:

[1] In dit nieuwsitem gaan we uit van de miljoenennota, het concept wetsontwerp Wmo2015 en het begrotingsakkoord met de oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP van 11 oktober. Behandeling in de Tweede Kamer van het wetsvoorstel afschaffing chronisch ziekenregelingen is beoogd voor dit najaar

[2] In het begrotingsakkoord is overeengekomen de fiscale aftrek voor specifieke zorgkosten in stand te houden (het kabinet was voornemens deze ook af te schaffen). Wel wordt de werking van deze regeling aangescherpt: uitgaven waarvoor een voorliggende voorziening bestaat in de Wmo, zoals uitgaven voor woningaanpassingen, worden van de fiscale aftrek uitgezonderd. Met deze fiscale aftrek blijft ook de Tegemoetkoming Specifieke Zorgkosten gehandhaafd. Deze regeling zorgt ervoor dat mensen die door een laag inkomen hun specifieke zorgkosten niet kunnen verzilveren, toch dit geld automatisch gestort krijgen. Hiervoor moeten zij wel aangifte doen

[3] Brief ministerie VWS aan Tweede Kamer, Analyse van regelingen voor chronisch zieken en gehandicapten d.d. 20 juni 2012

[4] Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid, 2008

[5] Vektis, Zorgthermometer 2008

[6] Nivel, Werk en Inkomen: kerngegevens & trends, rapportage 2013; Regioplan, eindrapport ledenenquête aanvullende zorgverzekering in opdracht van Parkinsonvereniging (maart 2012) 

[7] Deze analyse verschilt uiteraard per (huidige) collectieve zorgverzekering voor minima en is op verzoek leverbaar

[8] Beperkend aan de huidige collectiviteit is de inkomensgrens van 110% van het van toepassing zijnde sociaal minimum die conform artikel 35 lid 6 Wwb is (vooralsnog) gesteld voor de gemeentelijke bijdragen

[9] Tweede Kamer, vergaderjaar 2013-2014, 33 750 XV, nr.2, p. 140-144