BS&F Nieuwsbrief

14 december 2020,  

BS&F Nieuwsbrief

December 2020 - 18e jaargang


 

Recente ontwikkelingen rond de zorgverzekering

Ook aan het eind van een bijzonder jaar dat voor iedereen in het teken stond van de coronapandemie versturen wij onze traditionele eindejaarsnieuwsbrief. Hierin vindt u informatie over de Gemeentepolis voor het komende jaar. We gaan daarnaast in op algemene ontwikkelingen zoals het verzekerde pakket van basis- en aanvullende verzekeringen, het eigen risico, de zorgtoeslag en de wanbetalersregeling.

Het team van BS&F wenst u een fijne kerst en een gezond en voorspoedig 2021 toe!

1. Marktontwikkelingen Gemeentepolis

1.1 Gemeentepolis in beeld

Figuur 1. Gemeenten met een Gemeentepolis in 2021.       Figuur 2. De ontwikkeling in de hoogste premiebijdrage in de Gemeentepolis per gemeente.

1.2 Algemene ontwikkelingen Gemeentepolis

Naar aanleiding van het CPB-rapport Verbeteropties Gemeentepolis kiezen steeds meer gemeenten ervoor om het aantal te kiezen pakketten binnen hun Gemeentepolis uit te breiden. Zij gaan steeds vaker ook een beperkt pakket aanbieden, zodat ook minima met een lagere zorgvraag een passende Gemeentepolis kunnen afsluiten. De nieuwe keuzehulp en de Module Passend Verzekerd op Gezondverzekerd.nl helpen de inwoners daarbij (zie paragraaf 1.4).

De maximale collectiviteitskorting is per 2020 verlaagd naar 5% en het ministerie van VWS is voornemens deze per 2023 te verlagen naar 0% (zie ons nieuwsitem). Een motie om de Gemeentepolis hiervan uit te zonderen is nipt verworpen door de Tweede Kamer (link). De Gemeentepolis blijft gewoon bestaan en wordt naar verwachting alleen maar belangrijker door een grotere focus op inhoud in plaats van korting. Voor 2021 zien we dat zorgverzekeraars wisselend kortingsbeleid voeren waardoor meer verschil ontstaat in de netto premies die zij vragen voor de basisverzekeringen binnen de Gemeentepolis (zie paragraaf 1.3).

Vanaf 2021 biedt ook zorgverzekeraar Aevitae (EUCARE) een Gemeentepolis aan. De eerste samenwerking is aangegaan met de gemeente Lochem.

Naast het verzekeren van het verplicht eigen risico (€ 385) bieden verzekeraars steeds vaker de mogelijkheid aan om het eigen risico vooruit te betalen. Deelnemers betalen dan bijvoorbeeld gedurende 10 maanden € 38,50 extra waarmee eventuele kosten voor het eigen risico worden verrekend. Achteraf krijgen zij het niet-verbruikte deel van het eigen risico terug.

Tot slot wordt onderzocht hoe chronisch zieken beter gecompenseerd kunnen worden binnen de financiering van de basisverzekering door aanpassingen in de risicoverevening.

1.3 Relevante onderzoeken en ontwikkelingen in wetgeving

Onderstaande onderzoeken en ontwikkelingen in wetgeving hebben een verband met de Gemeentepolis:

  • MKBA Gemeentepolis: adviesbureau Rebel is bezig met de afronding van een Maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) waarin de voordelen van de Gemeentepolis worden gekwantificeerd. Hieraan wijden wij op korte termijn een apart nieuwsitem, waarna de MKBA op aanvraag beschikbaar is voor onze relaties.
  • Fact-finding Gemeentelijke collectiviteiten: door Zorgweb is onderzoek (link) uitgevoerd naar feiten omtrent Gemeentepolissen. Hieruit komt een beeld naar voren dat de waarde van de Gemeentepolis ondersteunt: 95% van de gemeenten bieden een Gemeentepolis aan en de deelname is de afgelopen jaren met ongeveer 30% gestegen (zie verder ons nieuwsitem).
  • Ongewenste zorgmijding vanwege financiële redenen: het Verwey-Jonker Instituut heeft effectieve maatregelen van gemeenten en zorgverzekeraars onderzocht die ongewenste zorgmijding met een financiële achtergrond tegengaan. In Nederland blijkt nog altijd een aanzienlijke groep mensen zorg te mijden. De onderzoekers zien de Gemeentepolis als een belangrijke basis om zorgmijding te voorkomen (zie verder ons nieuwsitem).
  • Analyse vijf jaar armoedebeleid in tachtig gemeenten: in dit onderzoek door het Nibud wordt de mogelijkheid van het treffen van gespreide betalingsregelingen binnen de Gemeentepolis benoemd als voorbeeld van het aanpakken van de complexiteit van het huidige systeem van regels en regelingen. Daarnaast beveelt het Nibud aan om mensen met lage inkomens en hoge zorgkosten te beschermen, zodat zij niet door gezondheidsproblemen geldproblemen krijgen (hier de link naar het onderzoek).
  • Sociaal domein op koers?: het SCP concludeert vijf jaar na de decentralisaties dat er veel is gebeurd, maar ook dat verschillende knelpunten aandacht vragen zoals gegevensuitwisseling (privacywetgeving) en verschillen in doelstellingen en uitgangspunten van de wetten. Het SCP signaleert de positieve ontwikkeling dat gemeenten steeds vaker de verbinding leggen tussen verschillende domeinen, waaronder het sociaal en zorgdomein (zie verder het onderzoek).
  • Stand van zaken vernieuwing toeslagenstelsel: op Prinsjesdag (zie onze nieuwsbrief) is gemeld dat naast een aantal verbeteringen op de korte termijn (zie deze link) later dit jaar een contourennota volgt over een nieuw toeslagenstelsel. Deze is nog niet verschenen. Wel is een brief gedeeld (link) met daarin verschillende beleidsopties voor een alternatief toeslagenstelsel, waaronder een optie waarin de toeslagen gedecentraliseerd worden naar gemeenten. Het lijkt niet waarschijnlijk dat deze optie doorgang vindt (zie dit artikel).
  • Invoering nieuwe Wet inburgering: deze is aangenomen door de Eerste Kamer. In tegenstelling tot eerdere berichten wordt niet gestreefd naar invoering op 1 juli 2021, maar op 1 januari 2022 (zie dit artikel). De wet regelt onder meer de toevoeging van het nieuwe artikel 56a in de Participatiewet waardoor gemeenten nieuwkomers financieel ontzorgen door zes maanden lang de vaste lasten voor huur, gas, water, stroom en de zorgverzekering in te houden op de verleende bijstandsuitkering.
  • Contourennota: de op Prinsjesdag 2019 aangekondigde Contourennota vanuit het ministerie van VWS om de zorg betaalbaar en organiseerbaar te houden is vanwege de coronacrisis opnieuw uitgesteld. Eén van de elementen van de nota is het inzetten op preventie en gezondheidsbevordering.

1.4 Premies en kortingen Gemeentepolis 2021

Zoals in de inleiding al benoemd gaan zorgverzekeraars wisselend om met hun kortingsbeleid in relatie tot de maximale 5% korting op de basisverzekering. Dit zien we ook terug in de premies 2021 voor de Gemeentepolis: tussen de hoogste en laagste netto premie voor de basisverzekering zit € 8,59 verschil per maand (€ 103,08 per jaar).

Ook komend jaar maken wij een uitgebreide analyse van de marktpositie van zorgverzekeraars die een Gemeentepolis aanbieden. Daarin vergelijken en beoordelen we de verschillende aanbiedingen op premie en korting, maar ook op onder meer dekking en deelnamegraad. De verwachting is dat deze marktanalyse eind februari 2021 voor onze relaties beschikbaar is.

In de onderstaande tabel vindt u de premies en kortingen voor 2021 voor de basisverzekeringen die onderdeel uitmaken van de Gemeentepolis en de korting die op de aanvullende verzekering wordt verleend.

Verzekeraar

Bruto premie Basisverzekering

Korting Basisverzekering

Netto premie Basisverzekering

Korting

Aanvullende verzekering

Aevitae

€ 128,95

2,5%

€ 125,72

10,0%

CZ[1]

€ 129,60

n.v.t.

€ 129,60

7,0%

De Friesland

€ 128,45

2,0%

€ 125,88

n.v.t.

DSW

€ 124,50

n.v.t.

€ 124,50

n.v.t.

Menzis[2]

€ 130,00

5,0%

€ 123,50

9,0%

Salland

€ 123,90

n.v.t.

€ 123,90

8,0%

Univé

€ 124,74

3,0%

€ 120,99

n.v.t.

VGZ

€ 124,45

3,0%

€ 120,71

n.v.t.

Zilveren Kruis[3]

€ 128,45

2,0%

€ 125,88

n.v.t.

Zorg en Zekerheid[4]

€ 127,50

5,0%

€ 121,13

10,0%

Tabel 1. Premies en kortingen Gemeentepolis in 2021 (uitgaande van de hoogste korting die de zorgverzekeraar verleent).

 

1.5 Gezondverzekerd.nl

Gezondverzekerd.nl is het afgelopen jaar gebruikt door ruim 300 gemeenten. Binnen Gezondverzekerd.nl zijn op vraag van gemeenten veel nieuwe functionaliteiten ontwikkeld. Zo hebben alle gemeenten die gebruik maken van een licentie Basis of Extra kosteloos gebruik kunnen maken van de nieuwe persoonlijke keuzehulp. Met behulp van deze keuzehulp kan een inwoner door het invullen van een aantal vragen zien welke Gemeentepolis het best passend is bij zijn of haar situatie.

Daarnaast zijn de nieuwe licentie Premium en de module Rechtmatigheid door veel gemeenten in gebruik tijdens het huidige overstapseizoen. Door de samenwerking met Ockto worden de gegevens van een inwoner na het inloggen met DigiD opgehaald bij overheidsportalen zoals de Belastingdienst en het UWV. Deze brondata wordt na goedkeuring verstuurd naar de Backofficeapplicatie van Gezondverzekerd.nl. Daar kan de gemeente vervolgens beoordelen of deze persoon, op basis van zijn of haar inkomens- en eventuele vermogenssituatie, in aanmerking komt voor een Gemeentepolis. Ook kan Ockto worden ingezet bij de hertoetsing van alle inwoners die al deelnemen aan de Gemeentepolis. Gegevens van de Belastingdienst en het UWV kunnen eenvoudig worden aangeleverd. Na het goedkeuren van de aanvraag of hertoetsing wordt automatisch een beschikking gestuurd naar de inwoner. Dit scheelt veel tijd en ook de inwoner weet snel waar hij of zij aan toe is. Daarnaast kunnen onterechte polissen sneller worden geïdentificeerd. Het gebruik van Ockto maakt de beoordeling van een aanvraag niet alleen makkelijker voor de gemeente, ook de inwoner heeft sneller uitsluitsel.

 

2. Marktontwikkelingen basisverzekering 2021

​2.1 Algemeen

Zorgverzekeraars gaan mede in verband met de onzekerheid door de coronapandemie wisselend om met de inzet van reserves om de stijging van de premie voor 2021 te dempen. Naast de meerkosten door het virus is ook sprake van uitgestelde zorg die niet allemaal wordt ingehaald. Verder verloopt de tweede golf anders dan de eerste, bijvoorbeeld doordat deze keer fysiotherapeuten wel open zijn gebleven. Voor zorgverzekeraars is het binnen deze omstandigheden ingewikkeld om te calculeren.

De markt voor basisverzekeringen laat dit jaar verder weinig bijzondere ontwikkelingen zien. Onder meer is het aantal basispolissen met twee toegenomen.

2.2 Nominale premie stijgt ruim twee keer zo hard als vorig jaar

Het ministerie van VWS gaf op Prinsjesdag de verwachting af dat de premie voor de basisverzekering zonder korting gemiddeld € 4,92 per maand (€ 59 per jaar) zou stijgen in 2021. VWS verwacht dat in 2021 € 450 miljoen aan reserves wordt ingezet. Sinds 2014 hebben zorgverzekeraars circa € 6 miljard aan reserves ingezet om de premieontwikkeling te dempen.

De gemiddelde premiestijging van de basisverzekering 2021 is met € 5,25 ruim twee keer zo hoog als de stijging vorig jaar (€ 2,50). Hierbij is een gewogen gemiddelde van verleende collectiviteitskorting meegerekend. Naast de invloed van corona speelt hierbij een wisselwerking mee tussen de stijging van de kosten van de zorg en de inzet van reserves.

Nominale premie (per maand)

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Laagste nominale premie[5]

€ 89,95

€ 92,00

€ 93,85

€ 98,50

€ 101,95

€ 105,95

Gemiddelde nominale premie[6]

€ 102,33

€ 107,50

€ 109,33

€ 115,42

€ 117,92

€ 123,17

Hoogste nominale premie[7]

€ 112,95

€ 119,50

€ 125,50

€ 134,00

€ 142,95

€ 147,95

Tabel 2. Laagste, gemiddelde en hoogste basispremie vanaf 2016.

Bijlage 1 bevat een uitgebreid overzicht van de basispremies van alle zorgverzekeraars.

 

2.3 Pakket basisverzekering 2021

Het kabinet heeft voor 2021 het huidige beleid bestendigd en enkele verduidelijkingen aangebracht. Het pakket van de basisverzekering wordt voor 2021 op een aantal relatief kleine punten aangepast:

  • Uitbreiding van het aantal behandelingen oefentherapie bij COPD. Deze wordt voor bepaalde patiënten naar maximaal 70 behandelingen in het eerste jaar en maximaal 52 per jaar in de jaren daarna (dit was respectievelijk 27 en 3).
  • Als tweede deel van de overheveling van geneeskundige zorg voor specifieke patiëntgroepen (GZSP) naar de Zorgverzekeringswet wordt het vervoer van en naar dagbehandeling aan het basispakket toegevoegd. De tijdelijke subsidieregeling vervalt hiermee.
  • Zorg die direct verband houdt met donatie bij leven valt buiten het verplicht eigen risico van de donor.
  • De mogelijkheid van vrijstelling van het verplicht eigen risico door zorgverzekeraars wordt verduidelijkt. Zorgverzekeraars konden al zorgaanbieders aanwijzen waarvan de zorg en overige diensten buiten het verplicht eigen risico vallen, maar er bestond onduidelijkheid over de interpretatie van het artikel waarin dit is omschreven.
  • De aanvang van de maximale duur van fysiotherapie of oefentherapie ter revalidatie is gepreciseerd en vangt aan op de datum van de eerste behandeling.
  • Als bijzondere coronamaatregel wordt sinds 18 juli voor minimaal 1 jaar eerstelijns paramedische herstelzorg vergoed voor patiënten die ernstige COVID-19 hebben doorgemaakt. De aanspraak geldt in principe voor de duur van zes maanden en bestaat uit maximaal 50 behandelingen fysio- of oefentherapie, maximaal 8 uur ergotherapie en maximaal 7 uur diëtetiek.

Het basispakket wordt daarnaast doorlopend aangepast met nieuwe behandelingen en medicijnen die voldoen aan ‘de stand van wetenschap en praktijk’ en daarom automatisch binnen de dekking vallen.

 

2.4 Verplicht eigen risico blijft gelijk

Het eigen risico bedraagt ook in 2021 € 385, omdat is afgesproken dat het deze kabinetsperiode niet wordt verhoogd. Zonder nieuw beleid gaat het eigen risico vanaf 2022 weer met de stijgende zorgkosten meebewegen. Het ministerie van VWS verwacht dat verzekerden in 2021 gemiddeld €227 van het verplicht eigen risico moeten betalen. Minima worden deels gecompenseerd voor het verplicht eigen risico binnen de zorgtoeslag doordat dit bedrag hierin is opgenomen.

Het verplicht eigen risico geldt voor verzekerden van 18 jaar en ouder. Bepaalde zorg valt niet onder het eigen risico: verloskundige zorg en kraamzorg, wijkverpleging, huisartsenzorg (waaronder de GLI),[8] multidisciplinaire zorgverlening chronisch zieken (ketenzorg), nacontrole orgaandonoren, nationale bevolkingsonderzoeken (bijvoorbeeld naar borstkanker) en de griepprik. Ook zorg aan verzekerden jonger dan 18 jaar en zorg uit de aanvullende verzekering vallen niet onder het eigen risico.

Iets meer dan de helft van de Nederlanders verbruikt het verplicht eigen risico van € 385 volledig. Onder huishoudens met een eigen bijdrage Wmo en/of Wlz is dit zelfs circa 77%. Binnen de Gemeentepolis is het mogelijk om hiervoor een regeling te treffen, waaronder in veel gevallen een verzekering van het verplicht eigen risico. Dit verkleint het risico op schulden en zorgmijding.

2.5 Risicoverevening 2021: onderzoek ondercompensatie chronisch zieken en coronamaatregelen

Het onderzoeksprogramma risicoverevening richt zich de komende tijd onder meer op het verband tussen financieel resultaat en gezondheid van de verzekerden en op de bestaande ondercompensatie voor chronisch zieken. Dit mede door een aangenomen motie om chronisch zieken beter te compenseren binnen de risicoverevening (link). Mogelijk wordt ook de positie van statushouders en mensen met schuldenproblematiek in het onderzoeksprogramma betrokken. Uit onderzoek van Equalis eerder dit jaar (link) blijkt dat zorgverzekeraars hun financiële resultaat nog steeds kunnen verbeteren door zich te richten op gezonde verzekerden, wat mogelijkheden tot risicoselectie met zich meebrengt.

In verband met het coronavirus is binnen de risicoverevening voor het jaar 2021 bij uitzondering een aantal ex-post maatregelen genomen. Hierdoor worden deze onzekerheden niet eenzijdig bij zorgverzekeraars neergelegd. Onder meer is de catastroferegeling in werking getreden, waardoor zorgverzekeraars zorgkosten in verband met het coronavirus boven een bepaalde drempel vergoed krijgen uit het zorgverzekeringsfonds. Deze ingrepen vanuit de overheid zijn bedoeld om de impact op de nominale premie te beperken.

2.6 Zorgtoeslag 2021

Door de zorgtoeslag is niemand meer dan een bepaald deel van zijn inkomen kwijt aan premie en verplicht eigen risico voor de basisverzekering. Voor de zorgtoeslag geldt een vermogenstoets: wanneer iemand meer vermogen heeft dan deze grens bestaat geen recht op zorgtoeslag. De zorgtoeslag is met 4,7 miljoen rechthebbenden de grootste van alle toeslagen.

De maximale zorgtoeslag bedraagt in 2021 voor alleenstaande € 107 (+€ 3) per maand en voor huishoudens met toeslagpartner € 207 (+€ 8). Onderstaande tabel geeft een uitgebreid overzicht van de zorgtoeslag over de jaren. Tussen het drempelinkomen en het maximale inkomen loopt het bedrag dat aan zorgtoeslag wordt ontvangen af van het maximale bedrag tot nihil.

Kernbegrippen zorgtoeslag

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Drempelinkomen

€ 19.774

€ 20.190

€ 20.536

€ 20.953

€ 21.448

€ 21.859

Max. inkomen alleenstaande

€ 27.012

€ 27.857

€ 28.720

€ 29.562

€ 30.481

€ 31.138

Max. inkomen met partner

€ 33.765

€ 35.116

€ 35.996

€ 37.885

€ 38.945

€ 39.979

 

 

 

 

 

 

 

 

Max. zorgtoeslag alleenstaande

€ 996

€ 1.056

€ 1.128

€ 1.188

€ 1.248

€ 1.284

Max. zorgtoeslag met partner

€ 1.896

€ 2.040

€ 2.112

€ 2.304

€ 2.388

€ 2.484

 

 

 

 

 

 

 

Max. vermogen alleenstaande

€ 106.941

€ 107.752

€ 113.415

€ 114.776

€ 116.613

€ 118.479

Max. vermogen met partner

€ 131.378

€ 132.725

€ 143.415

€ 145.136

€ 147.459

€ 149.819

                           

Tabel 3. Kernbegrippen zorgtoeslag en de daaruit voortvloeiende maximale zorgtoeslag vanaf 2016 (jaarbedragen).

2.7 Maatregelen onverzekerden en wanbetalers

Het aantal onverzekerden is sinds 2011 gedaald van 160.000 tot 22.258 personen op 1 oktober 2020. Dit aantal is al enige jaren relatief stabiel. Het CAK voert deze regeling uit, net als de wanbetalersregeling. Een deel van de onverzekerden die door deze regeling alsnog zijn verzekerd komt daarna in de wanbetalersregeling terecht omdat zij de premie niet betalen.

De wanbetalersregeling geldt voor personen die een premieschuld hebben voor de basisverzekering van zes maandpremies of meer. Zij betalen een bestuursrechtelijke premie die door werkgever, uitkeringsinstantie of pensioenfonds wordt ingehouden op loon of uitkering (‘bronheffing’). Als bronheffing niet mogelijk is ontvangt men een acceptgiro van het CJIB voor de bestuursrechtelijke premie.[9]

De wanbetalerspremie bedraagt 120% van de gemiddelde premie: in 2021 € 147,80 per maand (+€ 6,30). Let wel: voor dit bedrag krijgt iemand alleen de dekking van de basisverzekering. Een eventueel gesloten aanvullende verzekering is op dat moment beëindigd. Op 1 oktober 2020 waren 190.641 wanbetalers aangemeld bij het CAK voor de bestuursrechtelijke premieheffing.

Bijstandsgerechtigden zijn bovengemiddeld vaak wanbetaler. Gemeenten hebben daarom de mogelijkheid om bijstandsgerechtigde wanbetalers te laten uitstromen naar de Gemeentepolis. Deze regeling is ook wel bekend als WUB (of RUB).[10] Voornaamste voordelen van de regeling zijn het niet meer hoeven betalen van de wanbetalerspremie en het (weer) hebben van een aanvullende zorgverzekering (wat zorgmijding voorkomt). Na maximaal drie jaar maandelijks een bedrag afgelost te hebben is men vervolgens schuldenvrij voor de zorgverzekering, doordat zowel de zorgverzekeraar als het CAK een eventuele restschuld kwijtschelden. Het treffen van een betalingsregeling met de zorgverzekeraar is ook een reden voor afmelding uit de wanbetalersregeling.

In 2020 zagen we dat de trend om de wanbetalersproblematiek aan te pakken zich voortzet. Inmiddels hebben ruim veertig gemeenten de WUB-regeling toegepast en zijn duizenden bijstandsgerechtigden uitgestroomd.

BS&F heeft een subsidieaanvraag (Preventiecoalitie) bij het ministerie van VWS ingediend die onlangs is toegekend. Met dit budget kan BS&F gemeenten helpen met het organiseren van uitstroom uit de bronheffing door de daarmee gepaard gaande proceskosten te bekostigen.

Zie dit bericht van het CBS voor een overzicht van het aantal wanbetalers per gemeente en andere achtergrondkenmerken. Voor een aanpak om het aantal wanbetalers in uw gemeente te verminderen kunt u contact opnemen met uw regiomanager.

2.8 Resultaten verzekeraars basisverzekering

Uit onderzoek van de NZa blijkt dat zorgverzekeraars op de uitvoering van de basisverzekering in 2019 een exploitatieresultaat per verzekerde van 18 jaar of ouder hebben behaald van € 21 positief op jaarbasis. In 2017 was dit € 41 negatief en in 2018 € 19 positief.

 

3. Marktontwikkelingen aanvullende verzekeringen 2021

​3.1 Algemeen

In 2020 is 83,2% van de Nederlanders aanvullend verzekerd. Het blijft daarmee voor verzekerden een belangrijk instrument om de eigen zorguitgaven planbaar en beheersbaar te maken. Voor mensen met een laag inkomen en voor mensen met een zorgvraag blijft de aanvullende verzekering onverminderd relevant. Dit is mede waarom deze verplicht onderdeel uitmaakt van de Gemeentepolis.

Ook in 2021 kan gekozen worden uit een groot aanbod van aanvullende verzekeringen. Hierdoor is enerzijds veel keuzevrijheid aanwezig, maar anderzijds blijkt het voor veel mensen lastig om de juiste keuze te maken. Dit geldt in het bijzonder voor mensen met een laag inkomen. Zie voor meer achtergrond daarbij het rapport ‘Weten is nog geen doen’, waarin de WRR oproept om terughoudend te zijn met het bieden van te veel keuzes aan deze groep op het gebied van essentiële voorzieningen, waaronder de zorgverzekering. Om de doelgroep beter te helpen een passende Gemeentepolis te kiezen is per dit overstapseizoen een nieuwe keuzehulp op Gezondverzekerd.nl geplaatst.

3.2 Premie en dekking

In het algemeen kan over de aanvullende verzekeringen worden gezegd dat de premies voor 2021 stijgen ten opzichte van 2020. Diverse verzekeraars kiezen ervoor om voor jongeren en ouderen verschillende premies te hanteren. Dit wordt ook wel premiedifferentiatie genoemd. Bij de basisverzekering is dit wettelijk niet toegestaan, bij de aanvullende verzekeringen wel.

In de dekking van de aanvullende verzekeringen zijn voor 2021 over het algemeen geen grote wijzigingen doorgevoerd.

Bijlagen

1. Overzicht nominale premies basisverzekering 2020 en 2021

Maatschappij

Soort polis

2020

2021

Aevitae (EUCARE)

natura

 €      124,95

 €      128,95

AnderZorg

restitutie

 €      110,00

 €      116,00

Besured

natura

 €      115,25

 €      114,85

Bewuzt

combinatie

 €      107,95

 €      110,90

CZ (Zorg-op-maat)

natura

 €      120,95

 €      129,60

CZ (Zorgbewust)

natura

 €      114,95

 €      123,10

De Amersfoortse

restitutie

 €      142,95

 €      147,95

De Friesland Zelf Bewust

natura

 €      110,50

 €      113,00

De Friesland Alles Verzorgd

natura

 €      125,45

 €      128,45

Nationale Nederlanden (Delta Lloyd)

restitutie

 €      122,76

 €      133,44

Ditzo

restitutie

 €      107,90

 €      109,85

DSW Zorgverzekeraar

combinatie

 €      118,00

 €      124,50

FBTO

natura

 €      116,95

 €      128,50

Hema

natura

 €      113,00

 €      119,00

Interpolis

combinatie

 €      116,50

 €      122,00

inTwente

combinatie

 €      118,00

 €      124,50

IZA

natura

 €      119,95

 €      124,45

Just (voorheen CZdirect)

natura

 €      107,95

 €      111,70

Menzis

natura

 €      123,00

 €      130,00

Menzis Basis Voordelig

natura

 €      111,00

 €      117,00

National Academic

natura

 €      121,30

 €      124,45

OHRA

restitutie

 €      121,35

 €      132,03

ONVZ (+ labels)

restitutie

 €      133,00

 €      134,50

PMA

natura

 €      111,00

 €      117,00

PNOzorg

restitutie

 €      133,00

 €      134,50

Pro Life

natura

 €      125,45

 €      128,45

Promovendum

natura

 €      115,50

 €      118,25

Salland zorgverzekeringen

restitutie

 €      113,90

 €      123,90

Stad Holland

restitutie

 €      128,50

 €      133,00

Studenten Goed Verzekerd

natura

 €      119,18

 €      122,05

Univé

natura

 €      119,95

 €      124,74

Univé Select

natura

 €      107,95

 €      110,90

ZEKUR

combinatie

 €      101,95

 €      105,95

VGZ

natura

 €      119,95

 €      124,45

VVAA

restitutie

 €      133,00

 €      134,50

ZieZo (Zilveren Kruis) Selectief

natura

 €      105,25

 €      109,25

Zilveren Kruis

combinatie

 €      125,45

 €      128,45

Zilveren Kruis (Budget)

combinatie

 €      115,95

 €      120,95

Zorg en Zekerheid

natura

 €      120,20

 €      127,50

Zorgdirect

natura

 €      128,50

 €      133,00

Zorgverzekeraar UMC

restitutie

 €      120,16

 €      127,64

Gemiddeld

 

 €      118,74

€      123,74

Tabel 4. Nominale premies basisverzekering per verzekeraar (maandpremies, geen vrijwillig eigen risico, geen (collectiviteits)korting, naturapolis waar mogelijk, anders meest gelijkend).


[1] CZ geeft bij minder dan 1.000 deelnemers een 1% lagere korting op de aanvullende verzekering.

[2] Menzis geeft 1% administratievergoeding voor ingehouden premies, daarnaast stelt Menzis per gemeente een projectbudget beschikbaar voor (zorg)projecten.

[3] Zilveren Kruis geeft alleen korting wanneer de gemeente de premies inhoudt en doorbetaalt.

[4] Zorg en Zekerheid geeft buiten kernwerkgebied een lagere korting.

[5] Exclusief korting en vrijwillig eigen risico.

[6] Dit gemiddelde is berekend door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Het gaat om de gemiddelde nominale premie op basis van de werkelijke nominale premies 2021 inclusief collectieve contracten gewogen op basis van verzekerdenaantallen 2020. In dit gemiddelde is daarom de verleende korting wel meegenomen.

[7] Exclusief korting en vrijwillig eigen risico.

[8] Maar vaak wel voor bepaalde behandelingen die de huisarts voorschrijft of naar doorverwijst.

[9] Bij ontvangers van zorgtoeslag die een acceptgiro van het CJIB ontvangen voor de bestuursrechtelijke premie wordt deze verrekend met de zorgtoeslag: deze wordt in die gevallen dus rechtstreeks aan het CJIB overgemaakt.

[10] Klik hier voor de publicatie van de uitstroomregeling, inclusief toelichting.