Miljoenennota 2016: impact op zorg en sociale zekerheid

18 september 2015,  

Op 15 september is de jaarlijkse rijksbegroting gepresenteerd. In deze nieuwsbrief geven wij een overzicht van de belangrijkste elementen hieruit voor het gemeentelijke sociale domein.

Ogenschijnlijke rust
De miljoenennota van komend jaar oogt overzichtelijk, zeker in vergelijking tot de forse hervormingen van de afgelopen jaren. De decentralisaties zijn (op papier) geregeld en de tijd van ingrijpende ‘ombuigingen’ is voorbij. De begroting van het ministerie van VWS spreekt dan ook van finetuning van het stelsel. Voor gemeenten begint echter juist de spannende periode: transitie-budgetten en overgangsrechten lopen af en moeilijke keuzes moeten worden gemaakt.

Hieronder behandelen wij de beleidsagenda van de Rijksoverheid voor 2016 (en verder), uiteraard specifiek waar deze impact heeft op het gemeentelijke sociale domein. Dit jaar overigens met een ‘disclaimer’: gegeven de verhoudingen in de Eerste Kamer kan het kabinet niet zonder meer haar beleidsintenties uit de miljoenennota realiseren.

1. Zorg
Sinds 2014 stijgen de zorguitgaven voor het eerst in jaren minder hard dan het BBP. Het ministerie van VWS wil de zorgkosten blijvend in de hand houden. Hiertoe heeft VWS de afgelopen jaren diverse sectorakkoorden gesloten. In aanvulling daarop heeft het ministerie een belangrijke beleidslijn uitgezet in de brief Kwaliteit loont. [1] Het moet hiermee voor zorgverzekeraars aantrekkelijker worden om de zorg doelmatiger en kwalitatief beter te organiseren voor mensen met een hoge zorgvraag. In de begroting voor 2016 zien we deze beleidsintentie terugkomen. Daarnaast maakt VWS budget vrij voor de ouderenzorg en voor verdere professionalisering van de jeugdzorg.

1.1 Lichte stijging premie en eigen risico
De beheerste groei van de zorgkosten is terug te zien in de ontwikkeling van de premie van de basisverzekering. Bovendien vinden er geen fundamentele inhoudelijke wijzigingen plaats:

  • voor 2016 raamt VWS de premie voor de basisverzekering op € 1.243 (€ 103,58 per maand), een stijging van € 85 ten opzichte van 2015. Deze verhoging wordt deels veroorzaakt door de hiervoor genoemde stijging van de zorguitgaven. Ook diverse technische aanpassingen hebben een opwaarts effect: een correctie in het Zorgverzekeringsfonds (waar onder andere de risicoverevening uit wordt betaald), de verdere afbouw van de rijksbijdrage HLZ [2] en een correctie voor het rechttrekken van de zogenaamde 50/50 regel [3]. VWS verwacht overigens dat zorgverzekeraars ook komend jaar een deel van hun reserves aanwenden om de premieontwikkeling te dempen [4].
  • de inkomensafhankelijke bijdrage daalt van 6,95% naar 6,75% en de lage inkomensafhankelijke bijdrage (zelfstandigen en gepensioneerden) stijgt van 4,85% naar 5,5%.
  • het verplicht eigen risico bedraagt in 2015 € 385, een toename met € 10. Feitelijk betreft het een indexatie. VWS verwacht dat mensen gemiddeld € 240 van het verplicht eigen risico consumeren.
  • het pakket van de basisverzekering wordt op een beperkt aantal punten aangepast. Hiervoor verwijzen wij naar ons nieuwsitem hierover.
  • doordat premie en verplicht eigen risico stijgen gaat ook de zorgtoeslag omhoog, zij het niet afdoende om volledig te compenseren [5]. De gemiddelde zorgtoeslag per volwassene bedraagt in 2016 naar verwachting € 343 (2015: € 301). In 2015 hadden overigens 4,5 miljoen huishoudens recht op zorgtoeslag. Dat zijn er circa 500.000 minder dan in 2014.
  • het wetsvoorstel Wet verbetering wanbetalersmaatregelen ligt ter behandeling in de Eerste Kamer. Deze wet beoogt zowel instroom in de bestuursrechtelijke premieheffing bij wanbetaling beter te voorkomen en als de uitstroom te bevorderen. In de nieuwe wet wordt het mogelijk om specifieke groepen aan te wijzen die onder voorwaarden uitstromen uit de wanbetalersregeling, te beginnen bijstandsgerechtigden. Het ministerie werkt hierbij samen met het veld in de Werkgroep uitstroom bijstandsgerechtigden. Een voorwaarde is uitstroom in de gemeentelijke collectiviteit, waarbij de premie wordt ingehouden op de uitkering [6].

Figuur 1. Samenstelling Zvw-uitgaven 2016

1.2 Hervorming langdurige zorg en jeugdzorg
In 2015 zijn de verantwoordelijkheden en budgetten voor de jeugd- en langdurige zorg herverdeeld tussen het Rijk, gemeenten en zorgverzekeraars. Komende jaren moet dit ‘papieren beleid’ zich in de praktijk uitkristalliseren. VWS treedt kaderstellend [7] en faciliterend op:

  • het ministerie benadrukt de verantwoordelijkheid die gemeenten en zorgverzekeraars samen hebben om te zorgen voor kwetsbare burgers, zoals chronisch zieken. VWS wijst op de meerwaarde van wijkverpleegkundigen, wijkteams en een goed functionerend PGB.
  • VWS stelt de komende jaren extra budget beschikbaar om de kwaliteit van leven in instellingen te verbeteren. Verpleeghuizen krijgen een ‘kwaliteitsimpuls’ en ook in dagactiviteiten wordt geïnvesteerd. In 2016 is hiermee € 132,5 miljoen gemoeid, oplopend naar € 202,5 miljoen in 2020.
  • VWS faciliteert het programma ‘Professionalisering Jeugdhulp 2015-2018’ en zet de Transitieautoriteit Jeugd voort.

1.3 Informele zorg en preventie 
Ook in deze begroting benadrukt VWS het belang van informele zorg en preventie. Het ministerie stelt hiervoor extra budget beschikbaar:

  • vrijwilligers worden lokaal ondersteund met een (beperkt) budget; daarnaast ontvangt Mezzo een subsidie om mantelzorgers en vrijwilligers bij te staan.
  • binnen het Nationaal Programma Preventie werken publieke en private partijen samen om preventie en leefstijlverbetering structureel vorm te geven [8].
  • in het kader van het lopende programma Sport en Bewegen stelt VWS in 2016 middelen beschikbaar voor (het implementeren van) buurtsportcoaches en de sportimpuls.
  • VWS onderzoekt met andere departementen de beleidsmogelijkheden om een gezonde leefstijl te bevorderen. De focus van het onderzoek ligt op de kwantificeerbaarheid van de effecten van preventiemaatregelen. Tevens wordt onderzocht in hoeverre preventie een betaaltitel kan krijgen binnen de Zorgverzekeringswet.

1.4 Doelmatige zorg voor mensen met een hoge zorgvraag
De belangrijkste opgave van VWS de komende jaren is het verbeteren van de zorg voor chronisch zieken en gehandicapten, zónder extra uitgaven aan zorg:

  • de risicoverevening wordt aangepast zodat het voor verzekeraars meer lonend moet zijn om zich te richten op mensen met hoge zorgkosten.
  • deze aanpassingen in de risicoverevening zijn voor de minister tevens van belang om hiermee mogelijk te maken dat zorgverzekeraars vanaf 2017 de Zorgverzekeringswet volledig risicodragend uitvoeren; naar mening van de minister een belangrijk vereiste voor een doelmatig zorgstelsel.
  • ook in 2016 hebben gemeenten na de afschaffing van Wtcg en CER de verantwoordelijkheid om meerkosten van chronisch zieken en gehandicapten te compenseren [9]. Hiervoor ontvangen zij in 2016 € 266 miljoen (€ 50 miljoen meer dan in 2015). Deze gelden vallen in het gemeentefonds onder integratie-uitkering sociaal domein. De fiscale aftrek voor specifieke zorgkosten binnen de inkomstenbelasting blijft ook in 2016 van kracht, maar wordt opnieuw tegen het licht gehouden.
  • om goede zorg mogelijk te maken zet het ministerie ook in op het transparant maken van zorg- en kwaliteitsinformatie. Hiertoe is het programma Jaar van de transparantie ingericht, een breed programma dat patiënten, verzekerden en zorgverzekeraars meer inzicht moet geven in de kwaliteit van geleverde zorg.

2. Sociale zekerheid
Ook binnen de sociale zekerheid was 2015 het jaar van de transitie, in elk geval in beleid en budget. Voor komend jaar staan dergelijke fundamentele stelselherzieningen niet op de rol, ook omdat het beoogde nieuwe belastingplan recent is gestrand. In ‘ruil’ daarvoor komt het kabinet met een breed pakket aan lastenverlichtingen. Ook maakt het Rijk geld vrij om de werkloosheid terug te dringen.

2.1 Geen stelselvernieuwing maar lastenverlichting
In plaats van een nieuw belastingplan komt het kabinet met een pakket aan lastenverlichtingen:

  • de arbeidskorting wordt verhoogd en het belastingtarief in de tweede en derde schijf gaat omlaag. Tevens wordt de derde schijf verlengd en de inkomensafhankelijke combinatiekorting verhoogd.
  • de kinderopvangtoeslag gaat omhoog.
  • de bezuiniging op de huurtoeslag wordt uitgesteld.
  • de ouderenkorting gaat omhoog.
  • het kindgebonden budget wordt structureel verhoogd vanaf het derde kind en eenmalig in 2016 ook voor het tweede kind.
  • de al ingezette verhoging van de AOW-leeftijd wordt versneld doorgezet. Vanaf 2016 gaat dit in stappen van 3 maanden en vanaf 2018 in stappen van 4 maanden. Vanaf 2022 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.

2.2 Werkloosheidsbestrijding blijft ook nu van belang
De lastenverlichtingen zijn met name in het voordeel van mensen die werken. Het ministerie van SZW ziet echter ook een verdrievoudiging van de langdurige werkloosheid sinds 2009 en maakt beleid (met budget) om deze te bestrijden:

  • de sectorplannen met sociale partners worden gecontinueerd, het kabinet cofinanciert deze plannen met € 182 miljoen. Hiermee worden ruim 400.000 mensen bereikt.
  • specifiek ter bestrijding van de jeugdwerkloosheid zijn jaarlijks extra budgetten beschikbaar gesteld: € 3,5 miljoen voor de arbeidsmarktregio’s en € 3,7 miljoen voor het UWV.
  • op de middellange termijn (vanaf 2017) beoogt het kabinet de introductie van het instrument lage- inkomensvoordeel, een tegemoetkoming voor werkgevers die mensen aannemen met een loon tussen 100% en 120% minimumloon.
  • met de sector is afgesproken om 125.000 banen te realiseren voor mensen met een arbeidsbeperking. Indien dit aantal niet wordt behaald dan volgt een zogenaamde quotumheffing. De eerste beoordeling hiervan vindt plaats in 2016.
  • alle arbeidsbeperkten (doelgroep UWV én gemeenten) maken aanspraak op een no-riskpolis en een zelfde mobiliteitsbonus (conform de wet Harmonisatie Instrumenten Participatiewet).
  • SZW investeert de komende vijf jaar in totaal € 100 miljoen in het creëren van nieuw beschut werk.

2.3 Extra middelen om armoede en schulden aan te pakken
Op de begroting van SZW worden middelen gealloceerd om armoede en schulden te bestrijden:

  • de al bestaande € 100 miljoen per jaar voor maatwerkoplossingen en vroegsignalering bij de bestrijding van armoede en schulden door gemeenten is ook in 2016 van toepassing. Ook stimuleert het kabinet in dit kader gemeenten om te komen tot integrale schuldhulpverlening, onder meer via het delen van goede voorbeelden.
  • de regels rond de beslagvrije voet worden vereenvoudigd, in samenwerking met betrokken veldpartijen zoals gemeenten, deurwaarders en de belastingdienst. SZW wil hiermee tegengaan dat de beslagvrije voet nog langer te laag wordt vastgesteld, zoals nu vaak het probleem is.
  • komend jaar werkt SZW aan regelgeving die nodig is om het Breed Moratorium in te voeren, waarmee schuldhulpverlening onder opschorting van alle incassoactiviteiten (maximaal een half jaar) meer ruimte krijgt om de financiële situatie van de schuldenaar te stabiliseren.

3. Koopkracht 2016
In de begrotingstoelichting van het Ministerie van SZW wordt de impact van de begroting 2015 vertaald naar geraamde koopkrachteffecten. Voor 80% van de huishoudens is sprake van een verbetering van de koopkracht, met een mediane verbetering van +1,4%.

Een jaar geleden sloot SZW bij haar begroting een zogenaamde Stapelingsmonitor. Hierin werd in beeld gebracht welke maatregelen als gevolg van kabinetsbeleid kunnen stapelen binnen huishoudens. Het ging bijvoorbeeld om het afschaffen van de Wtcg en de CER, de korting op het budget Wmo huishoudelijke hulp en de verhoging van het verplicht eigen risico. Dit jaar is de monitor niet opgenomen. SZW geeft als reden hiervoor dat de maatregelen niet in belangrijke mate zijn gewijzigd, waardoor het beeld niet verandert.

Voor de uitkomsten zij daarom verwezen naar de Stapelingsmonitor in de begroting van 2015. Hierin bleek potentiële stapeling vooral op te treden bij 75-plussers, chronisch zieken, Wajongers en mensen die intramuraal verblijven. Circa 6% van de huishoudens kent veel potentiële stapeling. Het ministerie in de begroting 2015: Voor een belangrijk deel zullen deze huishoudens op individueel maatwerk van gemeenten, of door gemeenten georganiseerde voorzieningen kunnen rekenen.

Voetnoten:
[1] Zie het BS&F nieuwsitem hierover: Verbetering risicoverevening voor chronisch zieken.

[2] Deze tijdelijke rijksbijdrage (t/m 2018) is bedoeld ter demping van het opdrijvende premie-effect van de overhevelingen van zorg vanuit de AWBZ (nu Wlz) naar de Zorgverzekeringswet (basisverzekering).

[3] Op basis waarvan de Zorgverzekeringswet voor de helft uit nominale premie wordt gefinancierd en voor de helft uit inkomensafhankelijke premie. Dit wordt desnoods over de jaren heen gecorrigeerd, zoals nu.

[4] Door de Europese Richtlijn Solvabiliteit II worden zorgverzekeraars hogere vermogenseisen opgelegd. De reserveontwikkeling is de afgelopen jaren gunstig verlopen. VWS gaat er daarom voor 2016 van uit dat verzekeraars gaan interen op de bestaande reserves voor een bedrag van € 1 miljard.

[5] Wel wordt de tijdelijke verhoging van de zorgtoeslag (koopkrachtpakket) verlengd in 2016.

[6] Neem voor meer informatie contact op met uw regiomanager.

[7] En monitorend: verantwoording over de besteding van de middelen in het sociaal domein vindt alleen plaats aan de gemeenteraad, wel zal het Rijk de uitvoering van de decentralisaties monitoren.

[8] Ook BS&F heeft haar commitment hieraan gegeven, zie onze pledge. 

[9] Zie ook onze animatie hierover op www.bsenf.nl/gemeentepolis.

[10] Deze cijfers laten voor standaardhuishoudens de koopkrachtontwikkeling zien als gevolg van de gemiddelde loon- en prijsontwikkeling en als gevolg van generieke maatregelen, zoals aanpassingen in belastingen, (ziektekosten)premies, zorgtoeslag, kinderbijslag en kindgebonden budget.