Miljoenennota 2020: impact op zorg en sociale zekerheid

20 september 2019,  

BS&F Nieuwsbrief
September 2019 - 17e jaargang - nummer 1

Miljoenennota 2020: impact op zorg en sociale zekerheid
Afgelopen dinsdag 17 september is de Rijksbegroting voor het jaar 2020 gepresenteerd. In deze nieuwsbrief geven wij een overzicht van de belangrijkste elementen voor het gemeentelijk sociaal domein.

Kabinet gaat door met de uitvoering van akkoorden en werkt aan investeringen
Nadat het kabinet Rutte III vorig jaar constateerde dat verdere omvangrijke bezuinigingen niet nodig zijn, worden in 2020 - het laatste volledige regeringsjaar van dit kabinet - de contouren uitgewerkt van een investeringsfonds ten bate van ons verdienvermogen op de lange termijn. Er wordt doorgegaan met de uitvoering van eerder gesloten akkoorden op het gebied van gezondheidsbevordering (preventie en sport) en de betaalbaarheid van onze pensioenen. Voor het zomerreces van 2020 verschijnt een contourennota over de organiseerbaarheid en betaalbaarheid van de zorg en ondersteuning op lange termijn. Daarbij wordt ook bekeken of aanpassing van wet- en regelgeving nodig is. Een verregaande vereenvoudiging van het toeslagenstelsel ligt volgens het kabinet in de rede. Er komt extra geld voor onder andere betaalbare woningen en de jeugdzorg. Zoals eerder aangekondigd wordt met ingang van 2020 de maximale korting op collectieve basisverzekeringen verlaagd (van 10%) naar 5%.

Net als in de voorgaande jaren wordt ook voor dit jaar (1,8%) en volgend jaar (1,5%) economische groei voorzien. Wel verwacht het Kabinet dat deze groei afvlakt. Om met name werkenden tegemoet te komen volgt er zo’n €3 miljard aan lastverlichting. Hoewel ruim 80% van de bevolking tevreden is over de eigen financiële situatie is er een aanzienlijke groep met (kans op) problematische schulden en blijft het aanpakken hiervan prioriteit.

Verschillende zaken die in eerdere jaren zijn aangekondigd worden momenteel uitgewerkt in wet- en regelgeving of treden komend jaar in werking. Veel van die eerdere maatregelen worden in de Miljoenennota 2020 herhaald, maar blijven in deze nieuwsbrief om die reden buiten beschouwing. De uitgaven aan zorg en sociale zekerheid nemen samen ruim de helft van de begroting in. De belangrijkste wijzigingen en nieuwe plannen op dit gebied zijn opgenomen in deze nieuwsbrief.

1. Zorg
Organiseerbaarheid en betaalbaarheid van de zorg staan onder druk, evenals de solidariteit onder het stelsel. Tussen 2017 en 2021 groeien de zorgkosten naar verwachting met ruim 15%, wat de ruimte voor andere uitgaven beperkt. In 2040 hebben naar verwachting bijna 6,5 miljoen Nederlanders meerdere chronische aandoeningen tegelijk, een stijging van 21% ten opzichte van 2018. Ook zet de vergrijzing door, waarbij het aantal mensen met dementie zal verdubbelen. Het RIVM verwacht dat de zorgkosten zonder ingrijpen in 2040 twee keer zo hoog zullen zijn als in 2015. Hierdoor zouden niet zoals nu 1 op de 7 mensen in de zorg moeten werken, maar 1 op de 4. Volgens het kabinet vraagt dit om regie op resultaat en invulling van de (toekomstige) zorgvraag in de regio.

1.1 Zorgmaatregelen algemeen
Op het beleidsterrein van VWS worden onder meer de volgende maatregelen genomen:

  • Met de stijgende zorgkosten in het achterhoofd komt het kabinet halverwege 2020 met een contourennota. Gebruik makend van de inzichten uit de beweging De Juiste Zorg Op de Juiste Plek gaat de nota in op wat er nodig is om over domeinen heen samen te werken.
  • In 2020 worden verschillende onderzoeken uitgevoerd naar de risicoverevening onder de basisverzekering, waaronder een diagnose of er sprake is van ondercompensatie van chronisch zieken (waardoor deze groep minder aantrekkelijk zou zijn voor zorgverzekeraars) en wat daarvan de mogelijke oorzaken zijn.
  • De raming van de premie basisverzekering bedraagt voor 2020 €1.421 (€118,42 per maand), een stijging van €37 (€3,08 per maand). Het bedrag dat VWS noemt is een indicatie, uiterlijk op 13 november zal iedere zorgverzekeraar de eigen premie voor 2020 bekendmaken.
  • De hoogte van het verplicht eigen risico blijft ongewijzigd op €385 per jaar.
  • Door de zorgtoeslag zijn huishoudens niet meer dan een bepaald percentage van het inkomen kwijt aan basispremie en verplicht eigen risico. VWS verwacht dat verzekerden volgend jaar gemiddeld €227 betalen voor het eigen risico, dit bedrag is opgenomen in de maximale zorgtoeslag. De basispremie stijgt naar verwachting met €37 per persoon volgend jaar, maar voor alleenstaande minima wordt dit binnen de zorgtoeslag opgevangen door een €67 hogere zorgtoeslag en voor paren met €95. Dit komt doordat de zorgtoeslag bovenop de reguliere verhoging als gevolg van de stijgende zorgpremie extra wordt verhoogd als koopkrachtmaatregel voor lagere inkomens. Het gaat om ramingen, de definitieve bedragen noemen wij in onze eindejaarsnieuwsbrief (december).
  • Per 2020 wordt het pakket van de basisverzekering op een aantal punten gewijzigd:
    • Ziekenvervoer voor geriatrische revalidatiezorg wordt toegevoegd aan het pakket.
    • Als een geregistreerd geneesmiddel niet in het pakket zit omdat het te duur is kan de apotheekbereiding van dat middel wél worden vergoed, mits dat wel tegen een acceptabele prijs kan.
    • Zorg van de arts verstandelijk gehandicapten en de specialist ouderengeneeskunde komt in het pakket. Het gaat om een overheveling vanuit de Wlz die al enige tijd vanuit een subsidieregeling werd bekostigd.
    • Voor stoppen-met-rokenprogramma’s geldt voortaan geen eigen risico

1.2 Preventie en gezondheidsbevordering
Het kabinet neemt verschillende maatregelen die zijn gericht op het voorkomen van ziekte en het bevorderen van gezondheid:

  • De uitvoering van het Nationaal Preventieakkoord wordt voortgezet. Het akkoord richt zich met name op het beïnvloeden van de levensstijl op de gebieden roken, ongezond eten en overgewicht.
  • Om kansrijke effectieve leefstijlinterventies verder te brengen wil de regering de Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) in het hele land beschikbaar maken voor iedereen die daar aanspraak op maakt.
  • Het programma Preventie in het zorgstelsel is bedoeld om werk te maken van preventie voor risicogroepen (zoals mensen met overgewicht en kwetsbare ouderen). Gemeenten en zorgverzekeraars worden gestimuleerd om dit samen op te pakken in de regio. Deze samenwerking tussen het medische en sociale domein is bedoeld om kansrijke, effectieve (leefstijl)interventies verder te brengen.

1.3 Gemeentelijke zorg en ondersteuning
In het gemeentelijke zorg- en ondersteuningsdomein neemt het kabinet de volgende maatregelen:

  • Gemeenten ontvangen extra budget voor de jeugdhulp. Het gaat om €420 miljoen in 2019, €300 miljoen in 2020 en €300 miljoen in 2021. Omdat de leeftijdsgrens voor pleegzorg aan kinderen in gezinshuizen wordt verhoogd naar 21 jaar wordt deze leeftijd vanaf 2020 ook de norm voor jeugdhulp. Hiervoor krijgen gemeenten in 2020 €6,1 miljoen extra en daarna structureel €11,4 miljoen.
  • Mensen met een psychische stoornis die voldoen aan de criteria van de Wlz krijgen ook toegang tot de Wlz. Hierdoor is deze groep zeker van samenhangende zorg voor de langere termijn.
  • Voor de gemeentelijke ondersteuning van chronisch zieken en gehandicapten is ook in 2020 €268 miljoen beschikbaar binnen het gemeentefonds, dat onder meer kan worden ingezet als premiebijdrage gemeentepolis. NB: uw regiomanager kan u helpen bij de berekening van het bedrag dat voor uw gemeente beschikbaar is.

2. Sociale zekerheid
Uit de beleidsdoorlichting Wajong is gebleken dat deze te complex is geworden en dat sprake is van een aantal knelpunten voor de participatie van Wajongers. Daarom komen er maatregelen die ervoor zorgen dat meer werken loont, dat Wajongers altijd kunnen terugvallen op de Wajong en dat zij hun uitkering behouden als zij onderwijs volgen. Verder moet in 2021 het nieuwe inburgeringsstelsel ingaan.

2.1 Armoede en schulden
Op het gebied van armoede en schulden worden vooral bestaande plannen nader uitgewerkt, zoals de brede schuldenaanpak, waarvan ook de vereenvoudiging van de beslagvrije voet onderdeel uitmaakt (beoogde inwerkingtreding per 2021). Verdere maatregelen zijn:

  • Mede om de kwaliteit en toegankelijkheid van de schuldhulp te verbeteren wordt het professionaliseringsprogramma ‘Schouders eronder’ verlengd.
  • Met ingang van 2020 wordt het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) herzien, onder andere door het meer in lijn te brengen met de Participatiewet.

2.2 Toeslagen en belastingen
In totaal worden meer dan 7 miljoen toeslagen verstrekt door de Belastingdienst, waarmee ruim €14,5 miljard is gemoeid. Dit geld komt terecht bij ongeveer 57% van de huishoudens in Nederland, dus niet alleen bij de lagere inkomens. Het kabinet voert een lastenverlaging door ter grootte van €3 miljard structureel ten behoeve van huishoudens, door een aantal (fiscale) maatregelen door te voeren. Een overzicht van de belangrijkste maatregelen op het gebied van toeslagen en belastingen is opgenomen in bijlage 1.

2.3 Arbeidsmarkt en werkgelegenheid
De werkloosheid daalt. In totaal waren er in 2018 nog 350.000 mensen werkloos, waarmee het werkloosheidspercentage van voor de crisis wordt benaderd (3,7% in 2008). Belangrijke vertrekpunten voor het kabinet om het stelsel te verbeteren zijn de onderzoeken die najaar 2019 verschijnen zoals de evaluatie van de Participatiewet (SCP) en de evaluatie Wet banenafspraak. Een overzicht van de belangrijkste maatregelen ten aanzien van arbeidsmarkt en werkgelegenheid is opgenomen in bijlage 1.

2.4 Investeringen
Duurzaamheid en een toekomstbestendig pensioenstelsel zijn prioriteit. Daarom worden mogelijkheden onderzocht om verder te investeren in onder meer innovatie, kennisontwikkeling en infrastructuur. In dat kader worden de contouren uitgewerkt van een investeringsfonds dat voeding biedt aan verstandige investeringen ten bate van ons verdienvermogen op de lange termijn.

3. Koopkracht 2020
Uit de koopkrachtramingen in de begroting 2020 komt een gunstig beeld naar voren. De mediane koopkrachtontwikkeling over alle huishoudens komt naar verwachting uit op 2,1% (werkenden 2,4%, uitkeringsgerechtigden 1,2% en gepensioneerden 1,2%). Maar zoals onze Koning al zei in de Troonrede: ‘Geen enkel leven voegt zich naar de mediaan van een statistisch model’. Oftewel koopkrachtplaatjes zijn bedoeld om groepen huishoudens gezamenlijk te bezien en dus niet de koopkracht van individuele Nederlanders. Daarop zijn veranderingen in de persoonlijke omstandigheden van grotere invloed. 

Zie voor een gedetailleerde weergave van de koopkrachteffecten een ‘boxplot’ uit de begroting van SZW in bijlage 1. Hieronder vindt u de vaste tabel met voorbeeldhuishoudens die wij ieder jaar opnemen.


Tabel 1. Koopkrachteffecten voor minima[1]

Bijlagen:

  1. Maatregelen Toeslagen en belastingen en Arbeidsmarkt en werkgelegenheid
  2. Boxplot koopkrachtontwikkeling 2020


Bijlage 1. Maatregelen Toeslagen en belastingen en Arbeidsmarkt en werkgelegenheid

Toeslagen en belastingen
In het verlengde van paragraaf 2.2 is hieronder een overzicht opgenomen van de belangrijkste maatregelen die het kabinet neemt op het gebied van toeslagen en belastingen:

  • Invoering van het tweeschijvenstelsel in de inkomstenbelasting gebeurt al in 2020, een jaar eerder dan gepland. Dit betekent dat middeninkomens lagere marginale tarieven betalen.
  • Bovenop de vanuit het regeerakkoord geplande verhogingen wordt de algemene heffingskorting met €78 en de arbeidskorting met €106 extra verhoogd in 2020.
  • Het kindgebonden budget wordt verhoogd voor paren met kinderen door het afbouwpunt op te schuiven.
  • De huurtoeslag kent per 2020 een geleidelijker afbouwtraject doordat de maximale inkomensgrenzen komen te vervallen. Verder wordt in de komende jaren cumulatief €1 miljard beschikbaar gesteld voor de bouw van extra (huur)woningen. De rijksbijdrage hiervoor wordt als specifieke uitkering verstrekt aan gemeenten.
  • Het kabinet is van plan om per 2021 het recht op kinderopvangtoeslag uit te breiden voor huishoudens waarin de ene partner werkt en de andere partner een permanente Wlz-indicatie heeft. Die partner kan vaak niet werken en is vanwege de eigen zorgbehoefte ook niet in staat om voor de kinderen zorgen.
  • Om het verschil in fiscale behandeling tussen zelfstandigen en werknemers te verkleinen wordt de zelfstandigenaftrek geleidelijk verlaagd. Dit gebeurt door deze vanaf 2020 (-€250) in negen jaarlijkse stappen te verlagen naar €5.000 in 2028, wat ongeveer 70% is van het huidige niveau.
  • De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet wordt verlaagd van 6,95% naar 6,7%. De verlaagde inkomensafhankelijke bijdrage gaat van 5,7% naar 5,45%.
  • Het maximale tarief van aftrekposten (zoals specifieke zorgkosten) wordt verlaagd van 49,0% in 2019 naar 46,0% in 2020. Dit merken vooral (chronisch zieken met) hogere inkomens.
  • Het belastingdeel van de energierekening wordt in 2020 verlaagd.

Arbeidsmarkt en werkgelegenheid
In het verlengde van paragraaf 2.3 is hieronder een overzicht opgenomen van de maatregelen op het gebied van arbeidsmarkt en werkgelegenheid:

  • Op basis van het pensioenakkoord moeten zelfstandigen een verplichte verzekering tegen arbeidsongeschiktheid afsluiten en krijgen zij meer mogelijkheden om pensioen op te bouwen. Ook komen er mogelijkheden om eerder te stoppen met werken en wordt voor zware beroepen 5 jaar lang vroegpensioenregelingen makkelijker gemaakt voor werkgevers. Ook wordt het mogelijk gemaakt om een gedeelte van de pensioenuitkering als bedrag ineens op te nemen. De AOW-leeftijd stijgt minder snel, waardoor deze niet in 2021 op 67 jaar uitkomt, maar pas in 2024 (in 2020 en 2021 blijft deze 66 jaar en 4 maanden). Vanaf 2025 wordt de ontwikkeling van de AOW-leeftijd vervolgens minder sterk gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting: deze stijgt vanaf dan met 8 in plaats van 12 maanden per extra jaar levensverwachting. Het kabinet ambieert begin 2021 de wet- en regelgeving die nodig is voor de vernieuwing van het pensioenstelsel bij de Tweede Kamer in te dienen, zodat het nieuwe wettelijke en fiscale kader per 2022 in werking kan treden.
  • Er komt een minimumtarief van €16 per uur voor ZZP'ers om het kwetsbare deel van deze groep aan de onderkant van de arbeidsmarkt te beschermen.
  • In 2020 wordt een webmodule ingericht om opdrachtgevers en opdrachtnemers meer duidelijkheid te bieden over de aard van de arbeidsrelatie om terughoudendheid bij opdrachtgevers om een zelfstandige in dienst te nemen tegen te gaan.
  • Het kabinet zet in op Leven Lang Ontwikkelen (LLO), zodat mensen vitaal flexibel en duurzaam inzetbaar blijven op de veranderende arbeidsmarkt. In dit verband wordt gewerkt aan een publiek leer- en ontwikkelbudget dat de fiscale scholingsaftrek vervangt: het zogenaamde STAP-budget (STimulans ArbeidsmarktPositie) dat voor iedereen tot de AOW-gerechtigde leeftijd beschikbaar komt.
  • De lopende aanpak ‘Het Breed Offensief’ is bedoeld om de arbeidskansen te vergroten voor mensen met een beperking. Belangrijke onderdelen zijn het vereenvoudigen van de inzet van het instrument loonkostensubsidie, het bevorderen van ondersteuning op maat, bijvoorbeeld door een adequate inzet van persoonlijke ondersteuning, en werken lonender maken voor mensen met een arbeidsbeperking. Voor een aantal onderdelen hiervan is wijziging van de Participatiewet en de Ziektewet noodzakelijk, waarbij gestreefd wordt naar juli 2020.
  • Met het project Simpel Switchen wil het kabinet drempels wegnemen om te gaan werken door veiligheid en zekerheid te bieden dat mensen kunnen terugvallen op de uitkering als dat toch nodig blijkt. Doelgroep is mensen met een Wajong-uitkering, mensen die vallen onder de Participatiewet en mensen met een arbeidsbeperking. Gemeenten kunnen mensen hierin ondersteunen en de verbinding leggen tussen bijvoorbeeld participatie, (jeugd)zorg en schuldhulpverlening.
  • Het minimumjeugdloonvoordeel (Jeugd-LIV) wordt met ingang van 2020 gehalveerd en met ingang van 2024 afgeschaft. Met ingang van 2020 wordt daarnaast het hoge tarief van het Lage-inkomensvoordeel (LIV) gehalveerd, zodat alle werknemers onder het LIV onder 1 tarief vallen.
  • Door het wetsvoorstel pensioenverdeling bij scheiding wordt het ouderdomspensioen straks automatisch verdeeld bij een scheiding, tenzij ex-partners andere afspraken hebben gemaakt.
  • Per 2020 treedt een groot gedeelte van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) in werking, met daarin maatregelen om de verschillen in kosten en de risico’s te verkleinen tussen vaste en flexibele contracten. Onder andere komen er meer mogelijkheden voor tijdelijke arbeidsovereenkomsten (drie aansluitende contracten in maximaal drie jaar in plaats van in twee jaar).
  • Een modaal inkomen bedraagt in 2020 €36.500 bruto, wat neerkomt op ongeveer 170% van het Wettelijk Minimumloon (WML). Het bruto WML zelf stijgt in 2020 met 2,3%, wat door de koppeling ook doorwerkt naar uitkeringen.
  • Bij de financiële drempels die mensen kunnen ervaren om aan het werk te gaan valt de doorgroeival op. Deze geeft weer hoeveel iemand die groeit van 100% WML (circa €21.500) naar 150% WML (circa €32.000) van dit extra inkomen kwijt is aan belastingen, minder toeslagen of kosten kinderopvang (‘marginale druk’). Voor een alleenverdiener met kinderen is dit in 2020 80% (2019: 88%) en voor een alleenstaande 66% (2019: 67%). Volgens een recent rapport is de marginale druk bij een bruto-inkomen van €23.000 tot €40.000 minimaal 70%.

Bijlage 2. Boxplot koopkrachtontwikkeling 2020
Hieronder een zogenaamde ‘boxplot’ met daarin veel informatie over de geraamde koopkrachteffecten van het beleid. De vijf genoemde inkomensgroepen onder ‘Alle huishoudens’ zijn zo vastgesteld dat zij elk 20% van alle inkomens vertegenwoordigen. Zie onder de figuur de toelichting ‘Hoe af te lezen?’ voor een nadere uitleg van de weergegeven informatie.

Figuur 1. Bron: Ministerie van SZW.

[1] Deze cijfers laten voor standaardhuishoudens de koopkrachtontwikkeling zien als gevolg van de gemiddelde loon- en prijsontwikkeling en als gevolg van generieke maatregelen, zoals aanpassingen in belastingen, (ziektekosten)premies, zorgtoeslag, kinderbijslag en kindgebonden budget. In het koopkrachtmodel wordt voor iedereen gerekend met gemiddelde zorgkosten onder het verplichte eigen risico.