Miljoenennota 2021: impact op zorg en sociale zekerheid

18 september 2020,  

BS&F Nieuwsbrief
September 2020 - 18e jaargang - nummer 1

Miljoenennota 2021: impact op zorg en sociale zekerheid
Afgelopen dinsdag 15 september is de Rijksbegroting voor het jaar 2021 gepresenteerd. In deze nieuwsbrief geven wij een overzicht van de belangrijkste elementen voor zorg en het gemeentelijk sociaal domein.

Kabinet investeert in crisistijd
Dat in de laatste begroting van het kabinet Rutte III de ingezette koers van investeren en lastenverlichting zou worden voortgezet, lag tot begin dit jaar nog in de lijn der verwachting. Sinds maart is ons land geconfronteerd met de maatschappelijke en economische gevolgen van COVID-19. In het eerste en tweede kwartaal van dit jaar hebben we te maken gehad met een historische daling van het bruto binnenlands product van 10%, met afstand de grootste daling sinds de Tweede Wereldoorlog. Ondanks dat zet het kabinet investeringen en lastenverlichting door. Ook het vorig jaar aangekondigde investeringsfonds komt er. Met €20 miljard voor de komende 5 jaar is het Nationaal Groeifonds weliswaar minder omvangrijk dan eerder aangekondigd, maar wel uniek voor een land in crisis.

Gemeenten staan door de gevolgen van COVID-19 voor grote uitdagingen om burgers tijdig de juiste hulp te verlenen. Naast de inspanningen rondom de uitvoering van de Tozo-regeling neemt ook het beroep op de (bijzondere) bijstand toe. De werkgroep Sociale Impact (‘werkgroep Halsema’) heeft geconstateerd dat de problematiek niet alleen verergert, maar ook een bredere maatschappelijke impact heeft.

De uitgaven aan zorg en sociale zekerheid nemen samen ruim de helft van de begroting in. De belangrijkste wijzigingen en nieuwe plannen op dit gebied zijn opgenomen in deze nieuwsbrief.

1. Zorg
Volgens het kabinet heeft de coronacrisis in verschillende opzichten de kracht van onze zorg opnieuw aangetoond. Naast de inzet van zorgprofessionals werden digitaal ondersteunende zorg en e-health toepassingen omarmd en op grote schaal ingevoerd. Dat deze ontwikkeling van digitalisering doorzet is volgens het kabinet belangrijk voor een gezonde toekomst. De groei van de beroepsbevolking en het aantal mantelzorgers blijft sterk achter. Op dit moment werkt al 1 op de 7 mensen in de zorg, wat bij ongewijzigd beleid kan oplopen naar 1 op de 4 in 2040. Om te voorkomen dat het verzekerde pakket beperkt moet worden of eigen betalingen fors moeten worden verhoogd, is het belangrijk andere oplossingen te vinden. De inzet van de overheid hierbij is: 1) preventie en gezondheidsbevordering, 2) sturen op samenwerking, coördinatie en regie en 3) het bieden van ruimte voor vernieuwing en werkplezier voor professionals. De vorig jaar aangekondigde contourennota voor een toekomstbestendige zorg verschijnt in het najaar.

1.1 Zorgmaatregelen algemeen
Op het beleidsterrein van VWS zien we de volgende ontwikkelingen en maatregelen:

  • De gemiddelde nominale premie voor de basisverzekering komt volgens het kabinet in 2021 uit op €1.473 per jaar (€122,75 per maand), een stijging van €59 (€4,92 per maand). Het eigen risico blijft €385, evenals de maximale korting op de basisverzekering (5%).
  • De maximale zorgtoeslag stijgt voor eenpersoonshuishoudens naar verwachting met circa €44 en voor meerpersoonshuishoudens met circa €99 per jaar. De definitieve zorgtoeslag wordt vastgesteld zodra de zorgverzekeraars de premies voor 2021 bekend hebben gemaakt.
  • Het pakket van de basisverzekering wordt per 2021 op een aantal punten gewijzigd:
    • Uitbreiding van het aantal behandelingen oefentherapie bij COPD wordt voor bepaalde patiënten naar maximaal 70 behandelingen in het eerste jaar en maximaal 52 per jaar in de jaren daarna (dit was respectievelijk 27 en 3).
    • Als tweede deel van de overheveling van geneeskundige zorg voor specifieke patiëntgroepen (GZSP) naar de Zvw wordt het vervoer van en naar dagbehandeling aan het basispakket toegevoegd. De tijdelijke subsidieregeling vervalt hiermee.
    • Zorg die direct verband houdt met donatie bij leven valt buiten het verplicht eigen risico van de donor.
    • De mogelijkheid van vrijstelling van het verplicht eigen risico door zorgverzekeraars wordt verduidelijkt. Zorgverzekeraar konden al zorgaanbieders aanwijzen waarvan de zorg en overige diensten buiten het verplicht eigen risico vallen, maar er bestond onduidelijkheid over de interpretatie van het artikel waarin dit is omschreven.
    • De aanvang van de maximale duur van fysiotherapie of oefentherapie ter revalidatie is gepreciseerd en vangt aan op de datum van de eerste behandeling.
    • Als bijzondere coronamaatregel wordt sinds 18 juli voor minimaal 1 jaar eerstelijns paramedische herstelzorg vergoed voor patiënten die ernstige COVID-19 hebben doorgemaakt. De aanspraak geldt in principe voor de duur van zes maanden en bestaat uit maximaal 50 behandelingen fysio- of oefentherapie, maximaal 8 uur ergotherapie en maximaal 7 uur diëtetiek.
  • Met het programma Juiste zorg op de juiste plek (JZOJP) wordt efficiënte zorgverlening gestimuleerd. Het programma zet in op communicatie en kennisdeling, onder andere via dejuistezorgopdejuisteplek.nl maar ook via het organiseren van themabijeenkomsten in het land. Het totaal beschikbare budget voor deze regeling wordt in 2021 opgehoogd tot een totaal van €16,8 miljoen. In lijn met JZOJP zien we dan ook dat in 2021 volume medisch-specialistische zorg met maximaal 0,3% mag toenemen en de GGZ met maximaal 0,9%. Daar staat tegenover dat huisartsenzorg (3%) en wijkverpleging (2,4%) sterker mogen groeien.
  • In 2020 volgt een wetsvoorstel over de hoogte van de vergoeding van niet-gecontracteerde zorg.
  • In 2021 worden diverse onderzoeken verricht naar de werking van de risicoverevening. De komende jaren zal de uitbraak van COVID-19 grote impact hebben op de databestanden en daarmee op de berekeningen van het vereveningsmodel. Hier wordt in het komende onderzoeksprogramma rekening mee gehouden.
  • Na een periode van pionieren en enthousiasmeren wil het kabinet in 2021 gerichte stappen zetten om met veldpartijen te komen tot een collectieve regioaanpak met aandacht voor de personele vraagstukken voor de zorg.
  • Voor de sluitende aanpak voor personen met verward gedrag komt in 2021 €33,1 miljoen en structureel €32,8 miljoen beschikbaar. Hiermee worden onder meer belemmeringen weggenomen voor het verstrekken van medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerde personen, waaronder ook personen met verward gedrag.

1.2 Middelen ten behoeve van de COVID-19 aanpak
De meerkosten in de zorg als gevolg van COVID-19 kunnen in 2020 oplopen tot €1 miljard. Voor de bestrijding van (de gevolgen van) COVID-19 zijn in 2021 de volgende middelen beschikbaar:

  • Ontwikkeling en aankoop van vaccins (€300 miljoen).
  • Beschikbaarheid van voldoende IC-bedden en klinische bedden (€93,9 miljoen).
  • Uitvoering van opdrachten door de GGD’s (€100 miljoen).
  • Beheersing van het coronavirus door ondersteuning lokale aanpak, verspreiding vaccin en ontwikkeling innovatieve behandelingen (€73,5 miljoen).

Voor de nazorg van COVID-19 patiënten zal gebruik worden gemaakt van de ervaringen die Q-support heeft opgedaan met Q-koortspatiënten. Voor het inrichten van C-support is €2,4 miljoen beschikbaar. Verder is €4,5 miljoen beschikbaar voor de vergoeding van meerkosten van Jeugdgezondheidszorg-instellingen niet vallend onder een GGD.

De totale zorglasten per volwassene stijgen van €5.178 in 2018 naar €5.939 in 2021 (+14,7%). De belangrijkste kerncijfers in dit verband zijn gebundeld op websites als De Staat van Volksgezondheid en Zorg, de Monitor Sociaal Domein, Monitors NZa en Zorginstituut en de Monitor Langdurige Zorg.

1.3 Preventie en gezondheidsbevordering
Gebleken is dat het coronavirus vaak ernstige gevolgen heeft voor mensen met leefstijlgerelateerde aandoeningen. Dit onderstreept de waarde van preventie van ziekte en bevordering van gezondheid. Op dit terrein zien we de volgende ontwikkelingen:

  • De uitvoering van het Nationaal Preventieakkoord wordt voortgezet. Ruim 70 partijen hebben afspraken gemaakt over het beïnvloeden van de levensstijl op de gebieden roken, ongezond eten en overgewicht. Om een versnelling aan te brengen in het realiseren van de ambities is besloten om ook voor de uitvoering van maatregelen uit lokale en regionale preventieakkoorden een bijdrage voor gemeenten beschikbaar te stellen en zodoende gemeenten te stimuleren om met de lokale partners afspraken te maken.
  • In het kader van het missiegedreven topsectorenbeleid is de ambitie dat in 2040 alle Nederlanders tenminste vijf jaar langer leven in goede gezondheid, en de gezondheidsverschillen tussen de laagste en hoogste sociaal-economische groepen met 30% zijn afgenomen.
  • Via preventiecoalities wordt de samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars gefaciliteerd door middel van bijdragen in de kosten van de procescoördinatie. Hier is €1,6 miljoen voor beschikbaar.
  • Voor de sportsector worden extra middelen beschikbaar gesteld, mede als gevolg van de COVID-19 maatregelen als aanvullende compensatie voor het waarborgen van de continuïteit van de sportinfrastructuur. In 2019 deed 54% van de Nederlandse bevolking van 4 jaar en ouder wekelijks aan sport en voldeed 49% van de Nederlanders aan de beweegrichtlijn. Beide percentages zijn relatief stabiel.
  • Om de gezonde keuze makkelijker te maken wordt medio 2021 het nieuwe voedselkeuzelogo Nutri-Score gelanceerd. Om overgewicht bij kinderen te bestrijden is het binnenkort niet meer toegestaan om kinderhelden op de verpakking van ongezonde producten af te beelden, wat ze minder aantrekkelijk maakt.

1.4 Gemeentelijke zorg en ondersteuning
In het gemeentelijke zorg- en ondersteuningsdomein neemt het kabinet de volgende maatregelen:

  • Om de zorg aan kinderen en gezinnen met complexe problemen te verbeteren is meer samenwerking en regie in het jeugdstelsel nodig. Het kabinet dient daartoe in 2021 een wetsvoorstel in om de organisatie van de jeugdzorg te verbeteren. In 2021 ontvangen gemeenten €300 miljoen extra voor de uitvoering van de Jeugdwet.
  • Expertisecentra voor gespecialiseerde jeugdhulp ontvangen vanaf 2021 structureel €26 miljoen extra. Acht gemeenten krijgen de regie om in gezamenlijkheid met de omliggende gemeenten en betrokken partijen op bovenregionale schaal expertise rond jongeren met complexe en meervoudige problematiek te organiseren.
  • In het kader van het wetsvoorstel maatschappelijk verantwoord inkopen Jeugdwet en Wmo 2015 worden pilots georganiseerd met nieuwe wijzen van inkopen. Ook wordt in samenwerking met experts een handreiking ontwikkeld. Via een nationaal ondersteuningsprogramma worden gemeenten en (zorg)aanbieders geholpen bij de inkoop in het sociaal domein. Daarnaast omvat het programma een Europa Strategie met als hoofddoelen een evaluatie, die mogelijk leidt tot een aanpassing van de Europese Aanbestedingsrichtlijn.
  • Conform het advies van de commissie Dannenberg worden alle gemeenten verantwoordelijk voor beschermd wonen. In 2022 wordt een deel van de middelen voor het eerst objectief verdeeld via het gemeentefonds.
  • Voor preventie, vernieuwing van de opvang en het wonen met begeleiding komt €200 miljoen extra beschikbaar. De aanpak is erop gericht de instroom in de opvang zoveel mogelijk te beperken, de door- en uitstroom te bevorderen en gemeenten in staat te stellen voor dakloze mensen de omslag te maken van opvang naar wonen met begeleiding. Daarnaast komen extra middelen beschikbaar voor de 21 centrumgemeenten in verband met de brede aanpak dak- en thuisloosheid.
  • Voor de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld komen structureel extra middelen beschikbaar. In totaal gaat het om zo’n €59 miljoen voor o.a. Veilig Thuis, extra vrouwenopvang, centra seksueel geweld en de aanpak van Schadelijke Praktijken.
  • Mensen met een psychische stoornis krijgen toegang tot de Wlz. Op 1 januari 2021 gaan daarom circa 9.000 cliënten vanuit Wmo en Zvw over naar de Wlz. Hiervoor wordt €78 miljoen overgeheveld van de Zvw naar de Wlz.
  • Vanuit het gemeentefonds wordt €24,3 miljoen overgeheveld ten behoeve van de uitvoering van het pgb trekkingsrecht voor het gemeentelijk domein.
  • Het CAK stopt per 2021 met de uitvoering van de website regelhulp.nl. Wel wordt verdergegaan met de website regiobeeld.nl, die inzicht geeft in de stand van zaken en toekomstige ontwikkelingen over gezondheid, zorg en welzijn in de regio en biedt cijfers en visualisaties over zorggebruik, zorgaanbod, gezondheid en leefstijl, bevolkingsontwikkeling en sociale en fysieke omgeving.

 

2. Sociale zekerheid
De coronacrisis raakt iedereen, maar financieel kwetsbare groepen zoals mensen met een beperking, laagopgeleiden of met een migratie-achtergrond worden naar verwachting extra hard geraakt. Maar ook bij mensen die veel flexibel werk verrichten of schulden hebben kunnen de problemen zich opstapelen. Regelingen zoals NOW en Tozo bieden de eerste verlichting, maar zodra iemand toch zonder werk komt te zitten hangt het van de opgebouwde WW-rechten af hoe snel iemand op bijstandsniveau belandt. Doordat jongeren relatief weinig WW-rechten hebben opgebouwd komen de eersten van hen al in de bijstand terecht. In 2019 hadden nog 361.000 huishoudens een bijstandsuitkering, maar naar verwachting loopt dit op naar 412.000 in 2021.

2.1 Armoede en schulden
Naast de uitwerking van lopende plannen is op het gebied van armoede en schulden sprake van een aantal nieuwe maatregelen, mede om de gevolgen van de coronacrisis zoveel mogelijk te beperken:

  • Naast het verlengen van steunmaatregelen NOW en Tozo tot 1 juli 2021 volgt een aanvullend sociaal pakket van circa €1,4 miljard voor de periode 2020-2024 met als doel goede begeleiding van werk(loosheid) naar werk, bij- en omscholing, aanpak jeugdwerkloosheid en bestrijding van armoede en schulden. Voor de aanpak van armoede en schulden is binnen dit pakket in totaal ongeveer €150 miljoen beschikbaar gesteld. Belangrijk onderdeel hiervan is het opzetten van een Waarborgfonds om problematische schulden van mensen sneller te kunnen afwikkelen.
  • In de zomer van 2020 zijn ronde tafels georganiseerd om te bespreken hoe bestaande en nieuwe risicogroepen als gevolg van het coronavirus niet (verder) in armoede- en schuldenproblematiek terecht komen. In het najaar van 2020 worden de resultaten van de ronde tafels gedeeld met de Tweede Kamer. Om deze aanpak te versnellen is geld beschikbaar gekomen in het aanvullende steun- en herstelpakket.
  • Met urgentie wordt de komende periode doorgewerkt aan de verdere uitwerking van de Brede Schuldenaanpak. Door aanpassing van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ontstaat per 1 januari 2021 een wettelijke basis voor vroegsignalering van schuldenproblematiek. Dan treedt ook de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet in werking voor betere borging van het bestaansminimum van mensen met schulden. In 2021 vindt de parlementaire behandeling plaats van de wetgeving gericht op verbreding van het beslagregister (wetsvoorstel Stroomlijning keten voor derdenbeslag).
  • In 2021 verschijnt de eerste tweejaarlijkse rapportage over de voortgang van de ambities kinderarmoede en een evaluatie van de bestuurlijke afspraken met de VNG over de bestrijding van kinderarmoede. Doelstelling is een afname van het aantal kinderen in armoede van 9,2% in 2015 naar 4,6% in 2030.
  • Naar aanleiding van de lopende SER-verkenning over het thema werkende armen volgen mogelijk nadere maatregelen op dit terrein.
  • Bij een verzoek daartoe worden woningcorporaties eenmalig verplicht om de huur te verlagen tot de relevante aftoppingsgrens (€619,01 voor eenpersoonshuishoudens en €663,40 voor meerpersoonshuishoudens). Dit geldt voor huurders met een inkomen onder de inkomensgrens voor passend toewijzen (de voormalige maximuminkomensgrens voor de huurtoeslag die tot 2020 gold). Geraamd wordt dat dit een huurverlaging van in totaal €160 miljoen met zich meebrengt. Om woningcorporaties tegemoet te komen wordt het tarief van de verhuurderheffing met 0,036 procentpunt verlaagd.
  • Per 1 juli 2021 gaat het nieuwe inburgeringsstelsel van start. Voor inburgeraars die voor die tijd inburgeringsplichtig zijn geworden, blijft de Wi2013 van toepassing. Naast een verhoogde ambitie voor het taalniveau geldt dat asielmigranten de taallessen gaan combineren met (vrijwilligers-)werk of stage en dat sprake is van meer begeleiding. Voor de invoering ontvangen gemeenten eenmalig €36,5 miljoen en €35,2 miljoen extra structureel (naast de €70 miljoen op basis van het Regeerakkoord).

2.2 Toeslagen en belastingen
Later dit jaar volgt een contourennota waarin de mogelijkheden voor een ander toeslagenstelsel worden uitgewerkt. Een overzicht van de belangrijkste maatregelen op het gebied van toeslagen en belastingen is opgenomen in bijlage 1.

2.3 Arbeidsmarkt en werkgelegenheid
In februari 2020 lag de werkloosheid op een historisch laag niveau van 2,9%, maar door de coronacrisis loopt dit naar verwachting op naar 5,9% in 2021, oftewel 550.000 mensen. Een overzicht van de belangrijkste maatregelen ten aanzien van arbeidsmarkt en werkgelegenheid is opgenomen in bijlage 1.

3. Koopkracht 2021
Zie voor een gedetailleerde weergave van de koopkrachteffecten een ‘boxplot’ uit de begroting van SZW in bijlage 1. Hieronder vindt u de vaste tabel met voorbeeldhuishoudens die wij ieder jaar opnemen. Het gaat hierbij om statische koopkracht. Deze laat zien wat in doorsnee gebeurt als persoonlijke omstandigheden niet veranderen: geen werkloosheid, geen gezinsuitbreiding, geen echtscheiding, enzovoort.


Tabel 1. Koopkrachteffecten voor minima

Bijlagen:

  1. Maatregelen Toeslagen en belastingen en Arbeidsmarkt en werkgelegenheid
  2. Boxplot koopkrachtontwikkeling 2021

 

Bijlage 1. Maatregelen Toeslagen en belastingen en Arbeidsmarkt en werkgelegenheid

Toeslagen en belastingen
In het verlengde van paragraaf 2.2 is hieronder een overzicht opgenomen van de belangrijkste maatregelen die het kabinet neemt op het gebied van toeslagen en belastingen:

  • Om grote geldschulden door terugvordering van kinderopvangtoeslag te voorkomen worden maatregelen getroffen binnen het verbetertraject kinderopvangtoeslag. Onderdeel hiervan is dat ouders vanaf 2021 door Toeslagen worden geïnformeerd bij verschillen tussen de door de opvang aangeleverde gegevens en de gegevens op basis waarvan de ouders toeslag ontvangen. Dit voorkomt onterecht ontvangen toeslag die men moet terugbetalen.
  • Naar aanleiding van het IBO Toeslagen volgt een Scenariostudie Vormgeving Kindvoorzieningen met daarin verschillende scenario’s voor de toekomstige vormgeving van het stelsel van kindvoorzieningen. Daarbij wordt ook gekeken naar alternatieven voor kinderopvangtoeslag.
  • Op de kortere termijn worden maatregelen genomen binnen de kinderopvangtoeslag:
    • Voor huishoudens waarin de ene partner werkt en de andere partner een permanente Wlz-indicatie heeft wordt het recht op kinderopvangtoeslag uitgebreid.
    • Bij gedeeltelijke betaling van de eigen bijdrage kinderopvang ontstaat naar rato recht op kinderopvangtoeslag (voorheen had men dan geen recht).
    • Het recht op kinderopvangtoeslag voor buitenschoolse opvang (BSO) gaat omhoog per 2022.
  • Om bij te dragen aan de kabinetsinzet om kinderarmoede te verlagen wordt het kindgebonden budget verhoogd door het kindbedrag dat ouders vanaf het derde kind ontvangen te verhogen met €617 (€150 miljoen).
  • Het maximale tarief van aftrekposten (zoals specifieke zorgkosten) wordt verlaagd van 46,0% in 2020 naar 43,0% in 2021. Dit merken vooral (chronisch zieken met) hogere inkomens.
  • De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (IAB) wordt verhoogd van 6,7% naar 7,0%. De verlaagde IAB wordt verhoogd van 5,45% naar 5,75%.
  • Het belastingtarief in de eerste schijf wordt met 0,25%-punt verlaagd naar 37,10%. Deze loopt door tot een inkomen van €68.507. Het tarief voor AOW’ers is tot dit bedrag 19,2% omdat zij geen AOW-premie betalen. Verder wordt de algemene heffingskorting met €82 verhoogd, de arbeidskorting verhoogd (waarmee is afhankelijk van het inkomen), de ouderenkorting verhoogd met €55, de inkomensafhankelijke combinatiekorting verlaagd met €113, de dubbele algemene heffingskorting in het referentieminimumloon afgebouwd met 3,75 %-punt, versobering uitbetaling algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner naar 13,3% in 2021 en verlaging van de zelfstandigenaftrek met €360.

Arbeidsmarkt en werkgelegenheid
In het verlengde van paragraaf 2.3 is hieronder een overzicht opgenomen van de belangrijkste maatregelen op het gebied van arbeidsmarkt en werkgelegenheid:

  • Het wetsvoorstel Breed Offensief beoogt mensen met een arbeidsbeperking gemakkelijker aan het werk te helpen. Het voorstel wordt dit najaar behandeld in de Tweede Kamer en het streven is invoering per 1 juli 2021. Voor 2020 en 2021 is €53 miljoen beschikbaar.
  • Door vereenvoudiging van de Wajong gaat werken meer lonen voor Wajongers. De ongeveer 58.000 werkende Wajongers houden dan naast hun uitkering ten minste 30 cent van elke euro die zij verdienen.
  • Na de eerste twee stappen van de Wet Invoering Extra Geboorteverlof (WIEG) volgt een derde stap: de invoering van 9 weken deels betaald ouderschapsverlof. Dit geeft beide partners de kans om tijd met hun kind door te brengen in het eerste jaar na de geboorte. In deze 9 weken hebben ouders recht op een uitkering tot 50% van het maximum dagloon. De maatregel zal per augustus 2022 ingaan.
  • Het Pensioenakkoord van 2019 wordt nader uitgewerkt tot concrete wetsvoorstellen die per 2022 in werking moeten treden zodat het nieuwe pensioenstelsel uiterlijk in 2026 uitgevoerd wordt door de pensioenfondsen. Onderdeel van de maatregelen is een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor ZZP’ers. Het streven is om begin 2021 een uitgewerkt voorstel AOV ZZP aan de Tweede Kamer te sturen. Dit draagt bij aan de huidige inzet op verkleining van de verschillen tussen vast en flexibel werk en aan een beter vangnet voor alle werkenden.
  • Door de coronacrisis is extra behoefte ontstaan aan scholing en begeleiding. Daarom worden in 2021 extra middelen toegevoegd aan de bestaande Stimuleringsregeling Leven lang ontwikkelen In MKB (SLIM) voor scholing en ontwikkeling van werknemers in MKB-bedrijven. Aan de in 2020 gestarte regeling wordt €41,5 miljoen extra toegevoegd. MKB-bedrijven kunnen hierdoor meer subsidie krijgen voor versterking van de leercultuur op de werkvloer via bedrijfsscholen en leerambassadeurs.
  • In 2021 treffen UWV en DUO voorbereidingen voor de uitvoering van het STAP-budget (Stimulans arbeidsmarktpositie). Deze uitgavenregeling vervangt de fiscale aftrek voor scholingsuitgaven en gaat naar verwachting van start per 1 januari 2022.
  • Een modaal inkomen bedraagt in 2021 €36.500 bruto, wat neerkomt op ongeveer 170% van het Wettelijk Minimumloon (WML). Het bruto WML zelf stijgt in 2021 met 1,4%, wat door de koppeling ook doorwerkt naar uitkeringen.
  • Bij de financiële drempels die mensen kunnen ervaren om aan het werk te gaan valt de doorgroeival op. Deze geeft weer hoeveel iemand die groeit van 100% WML (circa €22.640) naar 150% WML (circa €33.960) van dit extra inkomen kwijt is aan belastingen, minder toeslagen of kosten kinderopvang (‘marginale druk’). Voor een alleenverdiener met kinderen is dit in 2021 79% (2020: 80%) en voor een alleenstaande 68% (2020: 68%).
  • In 2021 en 2022 geldt de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK). De BIK laat ondernemers tijdelijk een percentage van de gedane investeringen in mindering brengen op de loonheffing. Invoering van de BIK leidt tot 2 miljard euro lagere ontvangsten uit de loonheffing.
  • Naar aanleiding van de aanbevelingen van de Commissie regulering naar werk (Borstlap) zijn volgens het kabinet meer maatregelen nodig om de arbeidsmarkt toekomstbestendig te maken, ook de komende regeerperiodes.
     

Bijlage 2. Boxplot koopkrachtontwikkeling 2021

Hieronder een zogenaamde ‘boxplot’ met daarin informatie over de geraamde koopkrachteffecten van het beleid. De vijf genoemde inkomensgroepen onder ‘Alle huishoudens’ zijn zo vastgesteld dat zij elk 20% van alle inkomens vertegenwoordigen. Zie onder de figuur de toelichting ‘Hoe af te lezen?’ voor een nadere uitleg van de weergegeven informatie.

 


[1] Deze cijfers laten voor standaardhuishoudens de koopkrachtontwikkeling zien als gevolg van de gemiddelde loon- en prijsontwikkeling en als gevolg van generieke maatregelen, zoals aanpassingen in belastingen, (ziektekosten)premies, zorgtoeslag, kinderbijslag en kindgebonden budget. In het koopkrachtmodel wordt voor iedereen gerekend met gemiddelde zorgkosten onder het verplichte eigen risico.