Verbetering risicoverevening voor chronisch zieken

18 februari 2015,  

Half december 2014 is een wetsvoorstel van minister Schippers van VWS verworpen door de Eerste Kamer. Onderdeel van het voorstel was dat zorgverzekeraars niet langer verplicht zouden zijn om een vergoeding te geven voor niet-gecontracteerde zorg. Dit werd in de media ook wel aangeduid met de term ‘beperking van de vrije artsenkeuze’.


1. Inleiding
Inmiddels heeft de minister een alternatief plan ontwikkeld. Hiermee blijft de huidige verplichting om een minimale vergoeding van rond de 75% te geven voor niet-gecontracteerde zorg in stand. Volgens het kabinet gaat het binnen het nieuwe plan om een pakket aan maatregelen gericht op het toegankelijk houden van kwalitatief hoogwaardige zorg voor iedereen; jong of oud, ziek of gezond, rijk of arm.

Het gaat om de volgende maatregelen:

  • De compensatie voor verzekeraars (risicoverevening) wordt verbeterd zodat het meer loont dat verzekeraars zich met goede zorg juist op chronisch zieken en ouderen richten.
  • De bestaande mogelijkheid voor verzekeraars om hun verzekerden een korting op het eigen risico te geven wanneer deze naar gecontracteerde zorgaanbieders gaan, wordt gestimuleerd.
  • Verzekeraars gaan zorg inkopen aan de hand van door VWS vastgestelde kwaliteitseisen, die betrekking hebben op de inhoud van de zorg, zoals het niveau en de samenstelling van het personeel, de verplichting tot samenwerking met ketenpartners en het helder regelen van intern toezicht, waaronder verplichte accreditatie. Vooral voor de GGZ-sector worden aanvullende eisen gesteld aan kwaliteit en transparantie over de geleverde zorg. Verder komt informatie over kwaliteit van de 30 meest relevante aandoeningen versneld beschikbaar. Voor deze aandoeningen zullen zorgverzekeraars alleen zorg inkopen op basis van vastgestelde kwaliteitsindicatoren.
  • Gecontracteerde zorgaanbieders worden zo min mogelijk achteraf aangeslagen voor de overschrijdingen van niet-gecontracteerde zorgverleners, waardoor het sluiten van een contract loont.
  • Verzekerden krijgen invloed op onder meer het algemene beleid en het inkoopbeleid van hun verzekeraar.
  • Er komt scherper toezicht op fusies tussen zorgaanbieders. Hiermee wil de minister bereiken dat problemen met de bereikbaarheid en kwaliteit van zorg voorkomen worden.
  • De eis uit het eerdere wetsvoorstel dat zorgverzekeraars uiterlijk zes weken voor het nieuwe jaar het gecontracteerde zorgaanbod bekend moeten maken blijft gehandhaafd.
  • Het is voor deze maatregelen niet nodig om de wet te wijzigen, omdat ze in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) worden vormgegeven. Deze kan door het ministerie worden opgesteld en hoeft dus niet door het parlement aangenomen te worden. Wel heeft de minister aangegeven het parlement niet te willen omzeilen met deze vormgeving. Ze stuurt daarom alle onderdelen van het plan eerst naar de Tweede en Eerste Kamer.

2. Relevantie voor de gemeentelijke collectiviteit
Voor de gemeentelijke collectiviteit zijn met name de eerste twee punten uit de opsomming van belang:

Allereerst geeft VWS aan de risicoverevening aan te passen zodat verzekeraars (vooraf) beter gecompenseerd worden voor het verzekeren van chronisch zieken en ouderen. De werking van de risicoverevening zou inderdaad juist met zich mee moeten brengen dat deze groepen aantrekkelijk zijn voor zorgverzekeraars. Waar de meeste kosten gemaakt worden liggen immers ook de grootste kansen om te besparen. Dat de risicoverevening voor chronisch zieken en ouderen in de woorden van VWS ‘fors wordt aangepast’ lijkt daarmee een gunstige ontwikkeling voor de doelgroep van de gemeentelijke collectiviteit; immers inwoners met een laag inkomen en/of een chronische ziekte.

Het tweede punt gaat over het stimuleren van de bestaande mogelijkheid om verzekerden een korting op het eigen risico te geven. Dit kan enerzijds leiden tot een besparing op de zorgkosten voor (financieel) kwetsbare groepen, maar heeft anderzijds het risico in zich dat (indirect) alsnog een barrière wordt opgeworpen om toegang te krijgen tot de zorgverlener naar keuze. Bij de verdere doorontwikkeling van de gemeentelijke collectiviteit houden wij, samen met gemeenten en zorgverzekeraars, oog voor deze balans tussen kosten en keuzevrijheid.

3. Tot slot
Het kabinet treedt met de partijen van de hoofdlijnenakkoorden in overleg over de uitwerking van de maatregelen. Zodra hierover meer bekend is brengen we u uiteraard op de hoogte door middel van een nieuwsitem en de reguliere contacten via onze regiomanagers en -bijeenkomsten.